Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schriftelijk gestelden termijn de inlichtingen schriftelijk te verstrekken.

Artikel 64.

1. Indien aan het bestuur der Bank uit een aangifte blijkt, dat de daarin bedoelde voor rekening der Bank verzekerde getroffen persoon overleden is of vermoedelijk zal overlijden, gedurende meer dan twee dagen niet in staat is geweest of vermoedelijk niet in staat zal zijn in de onderneming, waarin hij werkte, zijn gewone werk te verrichten of vermoedelijk meer dan zes weken geheel of gedeeltelijk ongeschikt tot werken zal zijn, doet het ten spoedigste een onderzoek instellen ten einde te bepalen:

1°. de oorzaak en den aard van het voorval;

2°. wie de getroffen persoon is en waar deze zijn woonplaats of plaats van verblijf heeft;

3°. het dagloon van den getroffene;

4°. de omschrijving van het door het voorval veroorzaakte lichamelijk letsel;

59. ingeval van overlijden de namen en de woonplaatsen van de nagelaten betrekkingen,t die ingevolge deze wet aanspraak op schadeloosstelling kunnen hebben.

2. Ook zonder een aangifte te hebben ontvangen is het bestuur der Bank tot het instellen van het hier bedoelde onderzoek bevoegd, indien het meent, dat een te zijner kennis gebracht ongeval is overkomen aan een arbeider van wiens verzekering de Bank het risico draagt.

Artikel 65.

ï. Het bestuur der Bank doet, indien mogelijk, het onderzoek omtrent één of meer der in het vorige artikel genoemde punten plaats vinden door middel van een zijner ambtenaren niet beneden den door Onzen Minister te bepalen rang en heeft het recht zulks te doen geschieden in gemeenten, waarvoor een commissaris van Rijks- of gemeentepolitie is aangesteld, door .dezen en in gemeenten, waarvoor zoodanig ambtenaar niet is aangesteld, door het hoofd der politie.

2. De leider van het onderzoek heeft het recht om daarbij als getuigen de personen, die inlichtingen kunnen geven omtrent de te onderzoeken punten, te hooren,

Ontw. L. en T.-Ong.wet. 3

Onderzoek.

Aan wie onderzoek Is opgedragen.

Sluiten