Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bisschoppen de vrijheid gelaten aan het eene of het andere, naar hun goeddunken of naar de locale omstandigheden en de bijzondere behoeften in hun diocees de voorkeur te geven.

De H. Stoel kan echter niet nalaten Zijne bezorgdheid te uiten ten opzichte van het ernstige gevaar, dat sommige de leer der Kerk tegenstrevende stelsels en richtingen opleveren, voornamelijk op sociaal- en politiekgodsdienstig gebied.

Het is daarom wenschelijk, dat alle Duitsche Katholieken zonder onderscheid, elke poging die wantrouwen bedoelt le zaaien tegen Rome van zich afwijzend, zorgdragen voor volstrekte eendracht onder elkander; mogen zij zich trouw en onwankelbaar houden aan de leiding van den H. Stoel en van het Episcopaat, want alleen op die wijze kan hun actie werkelijk bevorderlijk zijn voor het welzijn van den godsdienst en het vaderland.

d. In het jaar 1912, ik meen in de maand April, werd in het dagblad „De Tijd" — en prof. Geurts kent in deze de richting van dit blad maar al te goed — een duitsche correspondentie opgenomen, waaraan ik het volgende ontleen :

De modernisten te Bonn zegevieren... voorloopig. Terwijl — ergerniswekkend feit! — professor Schrörs (de bekende modernistische priester, A. V.) in gezelschap van den rector der Universiteit naar Berlijn vertrokken is om zijn bisschop — 'wegens de onzen lezers bekende redenen — aan te klagen bij den protestantschen minister van Eeredienst, is de anti-katholieke studeerende jongelingschap, naar de „Köln. Zeitung" meldt (het blad drukt zijn bericht af met gespatieerde woorden !) erin geslaagd ook de katholieke studentenvereenigingen over te halen om het optreden van kardinaal Fischer te veroordeelen, aan eventueele ovaties ter eere van professor Schrörs deel te nemen en in zoo groot mogelijken getale de colleges van den modernistischen leermeester te bezoeken. Dus een algeheele opstand van de theologische faculteit te Bonn tegen het kerkelijke gezag! Wanneer een katholiek priester en hoogleeraar in de godgeleerdheid zijn modernistische denkbeelden bestreden ziet in zoogenaamde „tegen-colleges", waarin den seminaristen, volgens hem, „verouderde" en „onwetenschappelijke" denkbeelden worden opgedrongen; wanneer hij daartegen mondeling en bij geschrifte protesteert en. zijn wettige, kerkelijke overheid hem daarover berispt, dan roept hij eenvoudig de protestantsche staatsmacht te hulp en beschuldigt zijn „ordinarius" van onwettige inmenging in de onderwijs-organisatie eener staatsuniversiteit, van schennis der vrijheden van een hoogeschool!

Met gespannen verwachting mag men het verdere verloop van dit pijnlijk incident tegemoet zien. Het schijnt intusschen wel alsof men zich te Bonn door de benoeming van pater Frühwirth tot nuntius te München gekrenkt en bedreigd acht. Hoeverre de onbetamelijkheid en de aanmatiging der Duitsche modernisten gaat, bewijst het schrijven, door een geestelijke uit Wurtemburg — zijn naam en zijn waardigheid worden in de bladen niet genoemd — tot den Paus gericht naar aanleiding van de tegen het modernisme gerichte jongste encycliek.

Sluiten