Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de Katholieken overreden, alleen maar zorg te dragen het vernuft en de orthodoxie te prijzen van alle auteurs, wier werken van nabij bezien krioelen van onjuistheden en zeer noodlottige dwalingen, kortom bladen, die onder den eervollen schijn van den Katholieken naam aldus gemakkelijker binnendringen in alle huizen, door ieders handen gaan, allen gelezen worden, ook door de geestelijken. En daarom vermanen wij U, dat ieder Uwer ervan overtuigd zij, dat deze dagbladen bij de Katholieken een bederf van het oordeel en de discipline teweegbrengen, zooals zelfs niet veroorzaakt wordt door de dagbladen, die openlijk aan de Kerk vijandig zijn.

Het doet mij genoegen, dat ik onder deze aanhaling uit 's Pausen breve kan laten volgen een naschrift, dat een hoogstaand Nederlandsch tijdschrift, de „Nederlandsche Kath. Stemmen" in zijn nummer van 15 Maart 1912 bij dezen passus uit het schrijven van Pius X leverde. Hier is het:

Gaarne veronderstellen wij, dat bij ons te lande de laatste zinsneden van dit schrijven niet van toepassing zijn, en dat hier — gelijk het, naar de opmerking van het Münsterpastoralblatt (Jrg. 1890. S. 183), elders wèl noodig is — door de Bisschoppen geen onderscheid behoeft gemaakt te worden tusschen de katholieke bladen en goed-katholieke. Doch wijl een euvel, dat elders bestaat, ook bij ons kan indringen, weerstaan wij niet aan de verzoeking eenige opmerkingen van genoemd Pastora 1 b 1 a11 af te schrijven. Vol begeestering, — zoo luidt het t. a. p. — keerde kort geleden een heer van den Bochumer Katholiekendag naar huis en wilde zich nogmaals vergasten aan de heerlijke redevoeringen daar gesproken. Zijn lijforgaan had een eigen correspondent op die vergaderingen gehad. Doch hoe is hij teleurgesteld! De krachtigste uitdrukkingen, de slaandste wendingen, de meest bezielde woorden zoekt hij in dat blad vruchteloos. Het spreekt van zelf, dat het doodvonnis over dat lijforgaan geteekend en een beslist katholiek blad gekozen werd. — Het beginsel dier zoogen. katholieke pers is, zóó te schrijven, dat toch vooral „andersdenkenden" niet worden gestooten; daarom worden katholieke personen en daden van groote beteekenis doodgezwegen, — om vredeswil natuurlijk en uit verdraagzaamheid — of ook wel, om geen abonné's te verliezen onder de velen, die halfslachtig zijn. Het gevaar dier bladen ligt niet in hun spreken, maar in hun zwijgen. In plaats van het katholieke volk door duidelijke leer en bezielde taal op te heffen, zorgen zij ervoor elke begeestering, als onvoorzichtig, neêr te houden, en vooral te letten op hetgeen degenen denken qui foris sunt. Kan men er niet buiten iets in-katholieks te zeggen, dan aanstonds een kalmeerend drankje voor niet-katholieken erbij ... Het gevolg dezer handelwijze is, de Katholieken te doen sluimeren, en ze tot werkeloosheid te brengen wat de katholieke belangen betreft op godsdienstig en staatkundig gebied; terwijl de goed-katholieke pers bij de onnadenkenden den naam krijgt van excentriek, ultramontaner dan de Paus, onverdraagzaam. En toch zulke onverdraagzaam-

Sluiten