Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Preciosa, „is of u bij toeval een dichter zijt."

„Als ik bij toeval een dichter ben, dan zou dat wel bij een heel gelukkig toeval zijn," antwoordde de page. „Je moet weten, Preciosa, dat er maar weinigen zijn, die den naam van dichter verdienen en ik bén ook geen dichter, maar iemand die de poesie bizonder liefheeft. Als ik verzen noodig heb, dan ga ik ze niet bij vreemden zoeken. Die ik u heb gegeven, waren van mijzelf en die ik u nu geef| zijn ook van mij. Maar daarom ben ik nog geen dichter, dat verhoede God!"

„Is het dan zoo slecht om een dichter te zijn?" hernam Preciosa.

„Het is niet slecht, zei de page, „maar niets anders zijn dan dichter, dat houd ik voor minder goed. Met de poësie moet worden

Sluiten