Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den dageraad en de lucht vervroolijkt, het water verfrischt en de aarde bevochtigt en hoe spoedig na haar de zon op komt de toppen verguldend (zoo als die andere dichter zegt) en d e bergen omkransend.Wij zijn niet bang te zullen bevriezen door zijn afwezigheid, wanneer zijn stralen ons in schuinsche richting treffen, noch te zullen verbranden wanneer hij loodrecht op ons neerkomt; één zelfde gezicht zetten wij tegen zon en vorst, tegen schaarschte en overvloed. Om kort te gaan, wij zijn menschen, die leven van onze handigheid en van onze snavel en zonder ons op te houden aan het oude spreekwoord: „DeKerk, de zee of het koninklijk huis"1),

1) Dat wil zeggen: de geestelijke stand, de koopmansstand oi een staatsbetrekking het zij militair of bij de burgerlijke administratie.

Sluiten