Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het gezag van Wet heeft, en niet, dan op dezelfde: wijze, kan veranderd worden.

DERDE AFDEELLNG.

Van de raadpleegingen des Vertegenwoordigenden Lichaams.

60. Het ontwerpen en voorstellen van alle wetten en besluiten behoort alleen, en bij uitsluiting, aan de Eerste Kamer, en het al of nier bekragtigen van dezelven, aan de Tweede Kamer.

61. Geene der beide Kamers kan wettiglijk raadpleegen, tenzij de volstrekte meerderheid van alle derzelver Leden in de Vergadering tegenwoordig zij.

Alleen in geval van verplaatsing van het Vertegenwoordigend Lichaam naar eene andere Residentieplaats, kan Hetzelve, geduurende vier Weeken, na den bepaalden dag der zamenkomst, raadpleegen, schoon de meerderheid van alle de Leden, in de beide Kamers, of in ééne derzelven, niet tegenwoordig zij.

62. Ook . word in elke derzelven, tot het opmaaken van een besluit, ten minsten de volstrekte meerderheid van alle tegenwoordig zijnde Leden vereischt.

63. Geene der beide Kamers benoemt, immer, uit derzelver midden, eenige aanblijvende Commissie. Elke Kamer kan, tot een voorloopig onderzoek van zekere zaken, personeele Commissiën, uit haare Leden, benoemen; doch deze Commissiën zijn ontbonden, zoodra op derzelver Rapport een besluit gevallen is.

64. Beide de Kamers houden haare zittingen in het openbaar, en doen derzelver Notulen in druk uitgeven.

65. De Toehoorders mengen zig, op geenerlei wijze, in de raadpleegingen, en geven nimmer eenig teeken van goedkeuring of afkeuring; gelijk ook de Leden der Vergadering zig, in geen geval, op hen mogen beroepen.

66. De Voorzitter van elke der beide Kamers kan de open Vergadering in een Generaal Commltté veranderen, en is verpligt dit te doen, zoodra een vierde der tegenwoordig zijnde Leden zulks begeert.

Tot een Generaal Committé worden geen Toehoorders toegelaten.

Sluiten