Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Staatsregeling van 1805.

(Het ontwerp dezer Staatsregeling werd door het Staats-Bewind bekend gemaakt bij Publicatie van

25 Maart; de Volksstemming had plaats van 9 tot 16 April: na de goedkeuring werd deze Staatsregeling des Bataafschen Volks door het Staats-Bewind

26 April geproclameerd. Zij trad in werking 29 April 1805.)

Algemeene Bepalingen.

Art. 1. Het geluk van een Volk wordt voornamelijk bevorderd door de wijsheid der Wetten, welke het zich geeft.

2. De Wetten moeten altijd gegrond zijn op de Ondervinding, en, zoo veel mogelijk, zijn ingericht naar den Geest en de Zeden der Natie, en de bijzondere omstandigheden des Lands.

3. Het groote beginsel der Maatschappelijke Vrijheid bestaat daarin, dat de Wet gelijke Regten verzekere en gelijke Pligten oplegge aan alle Burgers, zonder onderscheid van rang of geboorte.

4. Er bestaat geene heerschende Kerk. Het Gouvernement verleent gelijke bescherming aan alle Kerkgenootschappen, binnen dit Gemeenebest bestaande. Het handhaaft dezelve bij de ongestoorde uitoefening van hunne kerkelijke Instellingen, geschikt ter verbreiding van Godsdienstige beginselen en goede zeden, mitsgaders tot handhaving der goede orde. Het neemt de nodige maatregelen, welke de bijzondere omstandigheden van deze Kerkgenootschappen, met betrekking tot de openbare rust en algemeene welvaart, vereischen.

5. Ieder is onschendbaar in zijne woning; zijns ondanks mag niemand in dezelve treden, ten zij uit krachte van een bevel der daartoe bevoegde Magt.

6. Niemand kan in hechtenis genomen worden, dan volgens de Wet; niemand kan veroordeeld worden, dan door den Regter, dien de wet hem toekent, en na alle

Sluiten