Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voortedragen, als in vervolg van tijd wenschelijk zalj

bevonden worden. Eed voor de Leden van het Wetgevend Ligchaam. „Ik belove en zwere, dat ik, als Lid van net Wetgevend Ligchaam, achtervolgens de Staatsregeling, het belang des Bataafschen Volks met al mijn vermogen zal helpen bevorderen, deszelfs "regten zal helpen handhaven, mij opregtelijk en „naarstelijk zal kwijten van alle pligten, mi) in „voormelde betrekking opgelegd, zonder mij daar van immer te laten weerhouden, om lief of leed, ^,gunst of ongunst, beloften of geschenken, noch „eenige andere zaken."

Zoo waarlijk helpe mij God Almagttgl Eed voor den Raadpensionaris.

,Jk belove en zwere, dat ik, als Raadpensio| naris, achtervolgens de Staatsregeling, en de ,magt, mij bij dezelve opgedragen, de belangen „des Bataafschen Volks, met al mijn vermogen, „zal bevorderen, deszelfs regten, hoogheid en „waardigheid zal voorstaan, de onafhankelijkheid „van het Gemeenebest en de vrijheid der Ingezetenen, door alle gepaste middelen en wegen, zal ,bevestigen, handhaven en verzekeren; dat ik mij „opregtelijk en naarstelijk zal kwijten van alle de „pligten, mij in voormelde betrekking opgelegd, „zonder mij daar yan immer te laten weerhouden, „om lief of leed, gunst of ongunst, beloften of „geschenken, of andere zaken."

Zoo waarlijk helpe mij God Almagtig!

In de proclamatie van het Staats-Bewind van 25 Maart volgde, na het ontwerp der Staatsregeling, ook nog het voorstel: „dat tevens, aan het Bataafsche VoUi, zal worden voorgesteld, om, bij de eventueele aanneming der Staatsregeling, tot Eersten Raadpensionaris te benoemen RUTGER JAN SCHIMMELPENNLNCK, met magt en bevoegdheid om de alzoo aangenomen Staatsregeling in werking te brengen, mitsgaders

NederlandBche Staatsregelingen 9

Sluiten