Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De Regent zal niet persoonlijk verantwoordelijk rijn voor de daden van zijn Bestuur.

25. Bij den dood des Konings zal het toevoorzicht over de Persoon van den minderjarigen Koning steeds toebetrouwd zijn aan de Koninginne Moeder, en bij ontstentenis aan zoodanige Persoon, als daartoe door den Keizer der Franschen zal worden aangewezen.

26. De Koning heeft, bij uitsluiting en zonder restrictie, de volle uitoefening der Regering en van alle de Magt, benoodigd om de uitvoering der Wetten van den Staat te verzekeren, en dezelve te doen eerbiedigen.

27. Het Generaal Bestuur des Koningrijks is onder het onmiddelijk toevoorzigt van Ministers van Staat; de Koning benoemt dezelve, en bepaalt hun getal en werkzaamheden.

28. De Koning heeft de aanstelling en benoeming der Groot Officieren van het Rijk: Hij regelt hun rang, getal en attributen.

29. De Koning benoemt een Staatsraad; de Ministers hebben rang, zitting en delibererende stem in den

30. De Ministers van Staat en Leden van den Staatsraad moeten zijn Stemgeregtigde Burgers, den vollen ouderdom van dertig jaren bereikt hebbende, geboren in het Rijk of in een der Koloniën van den Staat, en in 't Rijk gedurende de laatste zes jaren vóór de verkiezing hebben gewoond; het vereischte van inwoning sluit niet uit de zoodanigen, die Reipublicae causa zijn afwezig geweest.

31. De Koning vraagt van den Staatsraad deszelfs consideratiën en advis over zoodanige zaken, als hij zal goedvinden.

Hij neemt geen Besluit tot Voordragt eener Wet aan de Vergadering van Hun Hoog Mogenden, dan na alvorens den Staatsraad, omtrent het ontwerp dier Wet, te hebben gehoord.

32. De Koning is het Opperhoofd van de Vloten en Legers.

De militaire rangen worden door Hem bepaald en toegewezen.

33. De Koning heeft de aanstelling van alle Buitenlandsche Ministers, alle Zee- en Land-Officieren, alle

Sluiten