Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bedragen, welke uit het Domein van de Kroon opgebragt zal worden. Na aftrek van deze Somme, zal de helft van de overblijvende inkomsten van de Kroon dienen tot bekostiging van het onderhoud van het Huis van den minderjarigen Koning, terwijl de andere helft voor de onkosten van het Regentschap zal bestemd zijn.

49. De Koning geniet in zijne Paleizen, mitsgaders in alle Plaatsen alwaar Hij resideeren zal, de vrije en openbare uitoefening van zijnen Godsdienst. 56. De Eed des Konings luidt aldus:

„Ik zweer, dat ik de Constitutie van het Koning „rijk zal achtervolgen; dat ik de integriteit van „deszelfs Grondgebied zal handhaven; dat ik zal „eerbiedigen en doen eerbiedigen de Vrijheid van „Godsdienst en gelijkheid van Regten, en de Staat„kundige en Burgerlijke Vrijheid; dat ik geene „Belastingen zal opleggen, dan uit krachte der „Wet; en dat ik in mijne Regering geen ander doel „zal hebben, dan eeniglijk de bevordering van het „Belang, de Welvaart, en de Roem der Natie."

DERDE AFDEELING.

Van de Wet.

51. De Wet wordt in Holland vastgesteld door zamenstemming van den Koning en het Wetgevend Ligchaam.

De Koning kan in sommige gevallen door de Wet speciaal worden geautoriseerd om het Wetgevend gezag zonder de medewerking der Vergadering van Hun Hoog Mogenden uitteoefenen.

52. De Leden der Vergadering van Hun Hoog Mogenden moeten zijn Stemgeregtigde Burgers, den vollen ouderdom van dertig jaren bereikt hebbende, geboren binnen het Koninkrijk, of in de Koloniën of Bezittingen van den Staat, en binnen dat Departement, van wegens het welk zij benoemd worden, gedurende de laatste zes jaren vóór hunne benoeming hebbende gewoond; zij mogen eikanderen niet bestaan tot in den derden graad van Bloedverwantschap of Zwagerschap, dat is de betrekking tusschen den Man en zijner Vrouwe Bloedverwanten.

10'

Sluiten