Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wet van 7. Augustus 1806.

Art. 1. De Koninklijke Wapens zullen zijn de oude Wapenen van den Staat, gecarteleerd met den Franschen Keizerlijken Adelaar, en gekroond met de Koninklijke Kroon.

2. De voormalige Vlag van den Staat zal behouden blijven.

3. De Koning bepaalt het getal der Leden van den Staatsraad: hetzelve zal echter niet minder zijn dan Negen.

4. De Rekenkamer bestaat uit Negen Leden.

5. Het wetgevend Ligchaam zal bestaan uit Negenen-dertig Leden, gekozen voor vijf Jaren, en benoemd in de volgende evenredigheid:

Van het Departement Holland, 17 Leden. „ „ „ Gelderland, 4 „

„ „ „ Braband, 4 „

„ „ „ Vriesland, 3 „

„ ,, „ Overijsel, 3 „

„ „ n Groningen, 3 „

„ „ „ Zeeland, 2 „

„ „ „ Utrecht, 2 ,,

Van het Landschap Drenthe, 1 Lid.

Het getal der Leden van de Vergadering van Hun Hoog Mogenden zal worden vermeerderd, ingeval van vergrooting van Grondgebied.

6. De Leden der Vergadering van Hun Hoog Mogenden genieten, tot schadeloosstelling van Reiskosten en van het verblijf in de Residentie, jaarlijks eene somme van drie duizend Guldens.

7. De Departementale- en Gemeente-Besturen kunnen geene Belastingen opleggen, dan ingevolge de Wet, en na bekomene autorisatie van den Koning, op Rapport van de Departementale Besturen.

8. Alle verschillen omtrent Jurisdictie - Quaestiën zullen, zoo de Partijen onder hetzelfde Departementaal Geregtshof behooren, aan de beslissing van hetzelve Geregtshof, en anders aan die van het Nationaal Geregtshof, onderworpen zijn.

Sluiten