is toegevoegd aan uw favorieten.

Dante Alighieri, 1321-1921

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

PURGATORIO, CANTO XXX

1 Toen 't Zeven-sterrenbeeld der hoogste Ronde, •— Dat nimmer ondergang of opgang kende, Noch and'ren sluier droeg dan die der zonde, 4 En dat hier elks oog naar zijn plicht deed wenden, Naar 't laag're diè stande' aan het roer doet houden, Waardoor men 't schip de haven in zal zenden, — 7 Stil stond, geschiedde' 't, dat d'eerwaarde ouden ■— Voor den Griffioen en na dit aan getogen — T" rug naar de Kar als naar hun vrede schouwden.

10 En één begon — gezonde' als uit den Hoogen — „Veni, sponsa, de Libano!" te zingen Drie maal; toen werde' al d' and're' er toe bewogen.

13 En naar — als 't jongst Geschal ze' er toe zal dwingen De zaal'gen, elk snel uit hun graf gedreven, Met stem herkleed, „Hallélujah!" op dringen,

16 Zoo om de heii ge Kar werd aangeheven

Door honderdtal: „ad vocem tanti venis", — Dienaars en boden van het eeuwig leven.

19 Zij riepen elk: „Benédictus qui venis!" ;—•, Wier bloemenworpe' er bove' en rondom winden. „Manibus o daté lilia plenis!" —

22 'k Zag vaak 't azuur in rozenrood verzwinden In 't Ooste' en kon dan, als 't begon te dagen, Het and're' in glans van zaal'ge klaarheid vinden

25 En 't zongelaat in neev'len, die 't vervagen,

Wijl 't rijst, zoodat, daar zij het temp'ren konden, Het oog zijn aanblik langer kon verdragen;

28 Zoo in een wolk van bloeme' omhoog gezonden, Die er uit d' eng'lenhanden opwaarts slierde En die weer daalde' er binne' en in den ronde,