is toegevoegd aan uw favorieten.

Dante's Vita nova

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en bevelen, dienen en gehoorzamen. De minnezanger staat als vazal, als leenman tegenover zijn Dame of tegenover Ainore. De gunstbewijzen der Dame, in 't bizonder haar groet, dat is zijn leen; de lofprijzing der Donna is het van hem verwachte dienstbetoon. Dit alles wordt bij de provencaalsche dichters niet zelden een geesteloos spel met feodale vormen.

En nu Dante. Reeds dadelijk in het begin van de Vita Nova is er de feodale verhouding, de feodale houding. Dante ziet Beatrice voor- de eerste maal, hij negen jaar, zij bijna negen. Haar kleed was van een zeer edele kleur, zacht en zedig donkerrood, met gordel en versierselen, als pasten bij haar zeer jonge jaren. In datzelfde oogenblik is zij „de glorieuze Dame van zijn gedachte" (la gloriösa donna de la mia mente). De geest des levens1) begint hevig in hem te beven, zeggende deze woorden: ecce deus fortior me, qui veniens dominabitur mihi.2) „Van dat oogenblik af," zegt Dante, „werd Amore de gebieder van mijne ziel, welke van stonden aan met hem verloofd werd, en hij verkreeg door de macht, die mijn verbeelding hem verleende, zulk een zekerheid en heerschappij over mij, dat ik volkomen al zijn behagen doen moest." (D'alIoTa innanzi dico che Amore segnoreggiö la mia anima, la, quale fu si tosto a lui disponsata, ecominciö aprenderè sotpra me tanta sicurtate e tanta signoria, per la virtü

*) Dante volgt de psychologie van Hugo van St. Victor. a) Hier is een god, sterker dan ik, die komt om mijn gebieder te zijn.