is toegevoegd aan uw favorieten.

Dante's Vita nova

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dit goud gaat hij nu beschrijven in lyrische, soms dithyrambische taal. Onder philosophie verstaat hij nu eens de scholastiek in haar geheelen omvang: redewaarheid en geopenbaarde waarheid, en dan weer de theologie. Hij noemt deze philosophie zijn tweede „Donna gentile", haar oogen en haar glimlach zijn wonderlijk. „De oogen van deze Donna zijn haar bewijsvoeringen, haar glimlach is haar zoete overreding. In deze twee, oogen en glimlach, wordt gevoeld de meest verheven vreugde der zaligheid, welke is het hoogste goed in het Paradijs."1). Als zij haar oogen (deze bewijsvoeringen) op de oogen van het intellect richt, doet zij de ziel, die vrij is in haar condities, waarlijk verlieven. „0 zoetste en onuitsprekelijke blikken, plotseling den menschelüken geest in vervoering brengend*, als zij spreekt met haar minnaars." Hij noemt deze Donna „de schoonste en zedigste dochter van den Keizer van het heelal (God of Christus), de bruid van den Keizer des hemels, en niet alleen bruid, maar zuster en meest geliefde dochter." 2).

Dit alles zou maar amper gezond kunnen heeten, als er niets achter lag. Maar er ligt iets achter: achter alles trekt de sterke gezagsketen, waarvan ik gesproken heb, de gezagsketen, met het daarmee verbonden stille,

l) Convivio II, 16, III, 15.

-) Convivio II, 16: la bellissima e onestissima figlia dello imperadore dell' universo; III, 12: oh nobilissimo ed eccellentissimo cuore, che nella sposa dello imperadore del cielo s'intende, e non solamente sposa, ma suora e figlia

dilettissima.