is toegevoegd aan uw favorieten.

Dante's Vita nova

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in de gedachte de laatste verzen van den laatsten zang der Commedia, hij vindt het een vondst, die de aandacht van eenige geleerden getrokken heeft. In die laatste .regels spreekt Dante van „het rad van zijn begeerte èn willen, dat door de Liefde wordt omgezwaaid." Cochin vindt of liever vermoedt in dit rad den gezochten cirkel. Had hij nu maar eenige verzen vroeger rondgezien, dan had hij de oplossing van het heele raadsel bij Dante zelf gevonden. Dante spreekt' daar van „drie kringen in drieërlei kleur, maar één in omvang." Hij bedoelt natuurlijk de Drieèenheid. Hij noemt er nog wel den geometer bij, die den cirkel niet meten kan.1). Duidelijker kon het toch wel niet. De eenvoudige zin van de latrjnsche spreuk is dus deze: Ik ben de eeuwige, oneindige, volmaakte God, gij zijt een eindig, sterfelijk mensch, nog altijd gevangen in de aardsche omperking en belemmering.

Ik zeide dat het essentieele van de mystieke levensvisie reeds in het kleine boekje te vinden is. Dit essentieele komt verder in hoofdzaak neer op het volgende: contemptus mundi, pelgrimsstemming, strijd met de zinlijkheid, contemplatie en extase, onvermogen om uit te drukken wat er bij extase in de ziel omgaat. Een kort woord over elk van deze gegevens.

Contemptus mundi. Nu Beatrice heengegaan is, heeft het leven zijn waarde, zijn kleur voor hem verloren. Zijn ontroostbaarheid voert hem dagelijks in

*) XXXIII vs. 133.