is toegevoegd aan uw favorieten.

Dante's Vita nova

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„züt gij alleen een vreemdeling te Jeruzalem, en weet niet de dingen, die deze dagen daarin geschied zijn?"

Strijd met de zinlijkheid. Ik denk natuurlijk aan de episode van de Donna. pietosa, „die uit het venster kijkt" (XXXV en v.). Deze dame heeft innig medelijden met hem, die zoo bitterlijk den dood van Beatrice beschreit. Ik stel mij hier geen partij in de vraag of deze dame een flesh-and-blood Donna is, dan of zij opgevat moet worden als symbool van de wereld en haar verlokkingen. Hoofdzaak is immers dat deze vergankelijke en ijdele wereld, in welken vorm dan ook,'weer vat op den dichter gekregen heeft. Ik schaar mij'aan de zijde der realiteit, mede op grond van een opmerking van Gaspary, die verzekert dat het „aardsche deel" machtig was bij de dichters van den zoeten nieuwen, stijl. Dante wordt eerst getroffen door den medelijdenden blik van deze Donna, spoedig wordt hij; aangetrokken door dien blik, zóó aangetrokken ten slotte dat hij komt over de grens van het geoorloofde. Hij spreekt van de „battaglia" van zijn gedachten, en hij bekent zich zelf dat in dien strijd de overwinning is aan de zijde van de Donna. Hij verkeert in een vreeselüken toestand (orribile condizione), én hij verwenscht de ijdelheid van zijn oogen, De uitredding in dezen strijd is nabij. Hij verbeeldt zich de glorieuze Beatrice te zien, weer gekleed als de eerste maal in een donkerrood kleed, èh nog even jong als toen. Diep schaamt hij zich dat hij ontrouw geweest is aan „de standvastigheid der rede." Al zijn lage begeerten gaan in dit oogenblik op de vlucht, en al zijn gedachten