is toegevoegd aan uw favorieten.

De bezoldiging der Rijksambtenaren

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

over de maand Augustus mede ter beschikking harer ambtenaren te stellen, omdat de winkeliers, door de algemeene paniek bevangen, niet langer wenschten voort te gaan met het geijkte gebruik om op crediet te leveren en in de meeste gezinnen de contanten over Juli reeds verdwenen waren om de oude schuld af te doen. Men stond hier niet voor op zichzelf staande gevallen, doch voor een situatie, die zich over geheele linies plotseling demonstreerde. Door in de komende maanden den betaaldatum telkens wat achteruit te «chuiven, werd op den duur het feitelijk in Augustus verstrekte voorschot allengs ingehaald.

Toen tijdens het voortduren van den oorlogstoestand de duurte zich steeds in scherperen vorm toespitste, bleven de traktementen desniettemin onveranderd. Toen alle hiërarchische middelen waren uitgeput, deden verschillende ambtenaren-organisaties een beroep op de volksvertegenwoordiging. Dit had tengevolge, dat uit de Tweede Kamer aandrang op Minister Treub werd uitgeoefend, om de financiëele positie der Rijksambtenaren nader onder de oogen te zien.

Het Tweede Kamerlid, de Oud-Gezant Knobel deed bij die gelegenheid het voorstel aan de hand, om het Russische „tschine"-stelsel te volgen, waarbij alle staatsdienaren in bepaalde klassen en rangen waren ondergebracht en dienovereenkomstig bezoldigd. De reeds zooveel jaren hangende herziening van de zeer uiteenloopende bezoldigingsregelingen van het Rijkspersoneel kon dan in haar geheel wor'den geconsolideerd.

Minister Treub zwichtte voor dien uit alle partijen der Tweede Kamer nagenoeg eenparig uitgeoefenden aandrang en gaf de zaak in handen van een Commissie, bestaande uit de Heeren D. W. Stork, lid van de Eerste Kamer, De Jonge, Secretaris-Generaal van het Departement van Financiën, Salverda de Grave, Secretaris-Generaal van het Departement van Waterstaat, de Tweede Kamerleden Van den Tempel en Van vliet, den Oud-Secretaris-Generaal van de Rijks-Verzekeringsbank, Raaymakers en den Districtsschool opziener Mr. Van Thiel. Dat het presidium aan den bekenden oudindustriëel werd opgedragen, wijst erop, dat de Minister zijn hoop vestigde op een commerciëele oplossing van het vraagstuk.