is toegevoegd aan uw favorieten.

De bezoldiging der Rijksambtenaren

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bedrag verder kwam dan een eeuw later met het vigeerende traktement van ƒ 2800.—. Toch heeft dit inzicht zich niet in de geldende bezoldigingsregeling gemanifesteerd.

Geheel is verder over het hoofd gezien, dat de algemeene levensbehoeften in de achterliggende 100 jaren belangrijk zh'n toegenomen. Zelfs matige ontspanningen moeten, althans de gehuwde ambtenaren, zich grootendeels ontzeggen. Men organiseere eens een enquête onder de bezoekers der openbare vermakelijkheden: het percentage ambtenaren zal zeer bescheiden blijken te zijn, geheel in overeenstemming met den doorsneeprijs hunner bezoldiging.

„Aan inperking kan nu eenmaal niemand ontkomen, wil „men het evenwicht herstellen op den langen duur", zoo schreef de Redactie van de Nieuwe Courant in haar nummer van 21 Februari, doch zij zag geheel voorbij, dat de ambtenaren niet noodig hadden te leeren de tering naar de nering te zetten, want die leer hebben zij 10-tallen van jaren metterdaad beleden en beleefd. Toch zitten zh' geregeld in de hoeken, waar de meeste slagen vallen. De tariefsverhooging op de Spoorwegen treft de vaste inkomens weer het zwaarste. Een ambtenaar is nu eenmaal niet vrij in de keuze zijner woonplaats. Hij wordt — misschien beschouwt men dat ook wel als een der voordeelen van het ambt — meermalen tegen zijn zin en tegen zijne persoonlijke belangen verplicht van woonplaats te veranderen. Heeft men zijn verwanten in de Noordelijke of Zuidelijke provincies, dan moet de ambtenaar voor een niet overbodig familiebezoek een som aan reiskosten uitleggen, waarvoor men vroeger een reis naar Zwitserland maakte.

Hierboven stipte ik reeds aan, dat in 1911 ongeveer 25000 ambtenaren minder dan ƒ 1000.— inkomen bezaten. Het totaal-aantal burgerlijke ambtenaren bedroeg destijds ongeveer 32000; slechts ongeveer 7000 landsdienaren genoten een traktement, dat de ƒ 1000.— 's jaars overschreed. Thans zal de verhouding ongeveer deze zijn, dat tienduizenden ambtenaren geen jaarwedde van ƒ 3000.— halen, een bedrag, dat in het vrije bedrijf ieder bouwvakarbeider verdient, en in het militaire milieu een onderofficier al spoedig overschrijdt.

Het gros der ambtenaren heeft dan ook de grootste moeite, om een normaal gezin met een paar kinderen het hoog noo-