is toegevoegd aan uw favorieten.

De geschiedschrijver en rechtsgeleerde Dr. Arend van Slichtenhorst en zijn vader Brant van Slichtenhorst, stichter van Albany, hoofdstad van den staat New -York

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

weeshuis Weezengoed heeten en de meer noordwaarts gelegen en grootste der in de landstreek gelegen hoeven, n.1. Boelinchem, was na de Van Wijnbergen's in het bezit gekomen van het Harderwijksche geslacht Voet, hetwelk als het geslacht Van Steenier menigen rechtsgeleerde onder zijne leden telde. AertBrantsgoed zag in het jaar 1616 een beoefenaar van de rechtswetenschap en de Geldersche geschiedenis geboren worden: Arend van Slichtenhorst.

Zijn vader Brant Aerts zou nog in den tijd, dat hij het goed bewoonde, als gecommitteerde van een deel van Nykerk's ingezetenen een machtig pleitbezorger voor hunne belangen zijn en na vele jaren „de Inleydinge tot de Hollandsche rechtsgeleerdheyd" toepassen als openbaar aanklager voor het gerecht van Rensselaerswyck in Nieuw-Nederland.

Als oudste vorm van den buurtnaam Slichtenhorst is reeds Sluenhorst genoemd. Sluen, sleen, slecht, slicht zijn van ééne beteekenis en duiden een effen, gelijken grond aan, terwijl door horst eene met struikgewas en opgaand hout bezette landstreek verstaan wordt. Vóór vijftien eeuwen was die buurt door Salische Franken en Saksen bewoond en een weinig bebouwd; nog vroeger woonden hier Keltische stammen.

Hier bevindt men zich op het grensgebied van de beide eerste volkstammen: men treft in samenstelling van namen zoowel het Frankische heim 1) met sala, sool, sol, sel aan als den ouden Saksischen uitgang huizen (Wedinchem, Boelinchem, Salentein, Luxool, Krachtighuizen, Halvinkhuizen, Rookhuizen, Voorthuizen e. a.).

Naar het noordoosten op een of twee kilometers afstand van Slichtenhorst vindt men de oude Germaansche vergaderplaats Kruishaar, een in een vierkant van 160 schreden lengte opgeworpen wal. Sedert de elfde eeuw behoorden alle hoeven aan de kloosters te Werden, Paderborn en Elten, waarvan die van de beide eersten in 1559 vereenigd werden en onder den naam van „abtsgoederen" bekend waren, terwijl die van Elten naar de abdis of vrouwe van het hoogadellijk jufferenstift „vrouwegoederen" heetten.

Hoeveel de met struweelen begroeide, aan de vroegere lage venen der Geldersche Vallei grenzende gronden door verdere ontginning en betere bebouwing in den loop der eeuwen van karakter mogen veranderd zijn, nog altijd kan het aanzien der buurt met hare door boomenrijen omzette erven en met struikgewas omringde bouw- en weilanden geen oneer doen aan haar naam Slichtenhorst.

Naar zijn vader Aert — eene samentrekking van Arend, niet alleen in spreek-, maar ook in veler schrijftaal, als die van Ds. * Switterius te Nykerk in de honderden malen, dat hij dien naam inschreef — werd de oudste zoon van Brant Aerts gehee-

1) Volgens Lacomblet, Urkundenbuch I, S. a note i, is heün van Frankjschen oorsprong (Sloet, Oorkondenboek I, blz. 19, noot).