is toegevoegd aan uw favorieten.

De geschiedschrijver en rechtsgeleerde Dr. Arend van Slichtenhorst en zijn vader Brant van Slichtenhorst, stichter van Albany, hoofdstad van den staat New -York

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van den Saksischen uitgang ing of ink (= afstammeling) de geslachtsnaam Veling, Velink, Velingius gevormd. Uit het in de noot aangehaalde boek blijkt, dat Henrick Westvelinck ± 1400 een Eltensch goed te Putten bewoonde, wiens zoon Arnt zich op het door Maes Blomen bezeten goed zal gevestigd hebben. Beiden zullen familie geweest zijn van Arnt Brants, hun opvolger, daar een hoorig goed niet mocht „verstammen", d. i. in anderen stam of ander geslacht overgaan dan in dat van een verwant familielid bij gebrek van mannelijk oir.

Niet minder dan de namen dezer hoorige en andere familiegoederen hadden de daarop wonende geslachten een taai leven: van enkele is voor een tijd van vier of vijf eeuwen een stamboom op te maken tot dezen tijd. Hun doen en laten te leeren kennen is van het grootste belang, zoowel voor den geleerde als voor de breede lagen van het volk, die beter zouden inzien, dat niet bij schokken doch geleidelijk de menschelijke ontwikkeling voortschrijdt.

Daarom moge hier, waar het een goed geldt, dat zeker uit den Saksischen tijd vóór de invoering van het Christendom moet dagteekènen, daar in die tijden in den westhoek van Veluwe al gronden eenigszins in cultuur waren gebracht, min of meer uitvoerig de economische en geestelijke ontwikkeling der bewoners behandeld worden. „De verdwenen geslachten leggen ons niet alleen hunne physieke constitutie op, zij leggen ons ook op hunne gedachten. Wij dragen den last hunner fouten; wij ontvangen de belooning hunner deugden."

Met dit voor oogen kan men bij eene geschiedbeschouwing over toestanden en personen hoog genoeg staan om onpartijdig de drijfveeren tot handelen, de deugden en gebreken van elkander bekampende partijen te beschouwen. Zoo bij den strijd, dien van 1630 tot 1637 Brant van Slichtenhorst tegen Bentinck voerde, daarna dien tegen den Directeur-Generaal Stuyvesant en eindelijk op zijn ouden dag nog van 1656 tot 1661 tegen Johan van Renselaer. Hoe prat ambtsjonkers op hunne verkregen voorrechten mochten zijn tijdens de Republiek, zij konden ze niet behouden, daar zij van gelijken oorsprong waren als de landbouwers, wier belastingen zij wilden innen, wier geestelijke goederen zij voor een deel aan zich trokken, wier landerijen onder het heerlijke jachtrecht werden benadeeld. Niettemin zullen er altijd bestuurders, regenten moeten zijn en hun gezag zal niet licht verminderen of verdwijnen, zoolang zij het recht tot hun leidsman nemen.

Schoone menschentypen .en krachtige karakters werden bij de oude „geërfden" van Veluwe gevonden 1). Zij waren door de oude zeden verplicht hun bloed rein te houden, hun familietrots was gelijk aan dien van den adel. Hunne karakters waren in de eerste plaats bepaald door het ras, waartoe zij behoorden:

1) Men zie de afbeelding van het in 1645 geschilderde regentenstuk in het Weeshuis te Nykerk, Gelre XII.