is toegevoegd aan uw favorieten.

De geschiedschrijver en rechtsgeleerde Dr. Arend van Slichtenhorst en zijn vader Brant van Slichtenhorst, stichter van Albany, hoofdstad van den staat New -York

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„wat een mensch zal zijn, het wordt reeds vóór zijne geboorte, ja reeds eeuwen daarvoor bepaald."

Arend van Slichtenhorst geeft een lang betoog om, na verwerping van andere beweringen omtrent den oorsprong van den naam Gelder, dezen met de Kelten in verband te brengen i).

Hoewel dit ongetwijfeld thans bij niemand ingang zal vinden, is wel aan te nemen op gezag van Romeinsche schrijvers, dat een goed deel — Van Slichtenhorst noemt een derde deel — der bewoners van Gallië en Germanië den algemeenen naam Kelten droeg. Dat nu alleen de inwoners van Bretagne op Europa's vasteland nog van Keltisch ras zouden zijn, zou op eene uitroeiing of uitsterving elders wijzen. Dit is niet het geval.

Bij een bezoek aan vele scholen door een geleerde 2) ontdekte deze, dat in de westelijke Veluwe zich de kenmerken van het Keltische ras openbaren naar eigenschappen van hoofd- en aangezichtsvorm, oogentint en haarkleur.

Steenen beitels, pijlspitsen en urnen vond men in en bij het Helderveld onder Putten en Nykerk, dat nog in 1870 met het Hellerbroek eene oppervlakte van 861 H.A. besloeg.

In en sedert den tijd der ongeschreven geschiedenis was dat veld gemeenschappelijk eigendom der maalmannen (elders markgenooten), de bewoners der hoeven van vier buurschappen, die allen het recht van een of meer „zichtgangen" hadden, d. i. het recht om met sikkel of zicht in een bepaalden tijd plaggen of turf te slaan en om heide te maaien. De vier buurschappen lagen in het latere schoutambt Putten, hetwelk zich in het jaar 1530 in tweeën splitste: Putten en Nykerk. Bij het eerste verbleven de buurten Heil en Diermen (oudtijds Hallo en Diramme), bij het tweede ambt werden Slichtenhorst en Wullenho gevoegd, waarvan het eerste in de veertiende eeuw als Sluenhorst voorkomt, het tweede het veel gezochte Vunnilo of Veenlo 3) is, een deel van de veenachtige streek, die langs de Arnapa, misschien identiek met Nakele 4), Noda of Nuda, van de Grebbe door de Geldersche Vallei naar Almere (wellicht het raadselachtige Agilmare, waarin een eiland lag) en wel langs het later, in 1222, ontstane Nykerk, tot Urk 5) zich uitstrekte. De erven, die in het jaar 855 in Vunnilo 6) lagen, moeten bij Nykerk gezocht worden en niet bij Twello. Aert-Brantsgoed had één zichtgang in Helderveld, andere goederen één tot drie, maar Renselaer mocht zich in het bezit van vier zichtgangen verheugen 7).

1) A. van Slichtenhorst, Tooneel des Lands, blz. 32 en 33. a) Professor Louis Bolk te Amsterdam.

3) Sloet, Oorkondenboek van Gelre en Zutphen, No. 393. De schrijver wist noch Vunnilo, dat hij vragenderwijs voor Twello scheen te houden, noch Diramme te vinden.

4) Ibid, no. 101.

5) A. van Slichtenhorst, T. d. L., blz. 107, zegt, dat Urk in oude tijden een Rijn-eiland was.

6) Sloet, No. 45.

7) Malenboek van het Helderveld, aanvangende na het jaar 1600 (R. A. te Arnhem).