is toegevoegd aan uw favorieten.

De geschiedschrijver en rechtsgeleerde Dr. Arend van Slichtenhorst en zijn vader Brant van Slichtenhorst, stichter van Albany, hoofdstad van den staat New -York

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Op folio 54 van het zoogenaamde verpondingscohier, dat tegen het jaar 1650 na schatting geheel was opgemaakt, leest men omtrent Aert-Brantsgoed:

„Brant Aerts van Slichtenhorst heeft 2/3 delen van een goedt, daer Tiis Killen pachter aff is, met huys, hoff, boomgaert van $ schepel 1), 20 morgen soe bouw- als weylant, geeft 275—0—0

£ schatting siin rogh 4 st. 6 d.

£ botter tot rantsoen (samen) 20—4—b

295—4—6

(Hiervan moest ƒ 12 afgetrokken worden wegens polderlasten, gelijk vroeger voor elk goed aan de oostzijde van Nykerk werd gerekend, derhalve werd de belastbare opbrengst bepaald op) • 283—4—6."

1 gulden 10 st. tot thins.

4 gl. 13 st. herengeit aen de

Graef van Benthem.

1 gulden tot riisvoer aen de Reeckencamer.

7 schepel half rogh en half garst aan de Abdiehe (van Elten).

Lambertie Peelen (weduwe Herman Aerts van Slichtenhorst) heeft van 't bovenstaende goet £ deel, daer pachter aff is Aelt Jans van 8 mergen bouwland."

De tins werd betaald ten behoeve van het Kwartier van Veluwe. De gronden waren, hetgeen hier niet in de opsomming der lasten genoemd wordt, alleen in de nabijheid van het woonhuis tiendplichtig. Deze slechts waren zeker bij de eerste tiendheffing in cultuur gebracht. Door een nog aanwezigen, hiernaast afgebeelden eeuwenouden eik, die door snoeiing den vorm van een knotwilg heeft, werd de grens tusschen de tiendplichtige en de tiend vrije landerijen aangewezen 2). Een kenner van boomen was van oordeel, dat de boom er al bij het leven van Arend van Slichtenhorst kan gestaan hebben. De ankerijzers in het woonhuis wijzen het jaar 1696 aan: de voorgevel zal dus bijna 40 jaren na zijn overlijden vernieuwd zijn.

„Riisvoer" was eene verplichte opbrengst, dagteekenende uit den"tijd der graven en hertogen van Gelderland, wanneer dezen met gevolg of met eene strijdmacht over de heerenwegen — wegen van den heer des lands — trokken en voeder voor de paarden eischten. Later, toen er geene landsvorsten meer waren, werd dit recht in geld aan de Rekenkamer voldaan.

Volgens Mr. G. van Hasselt 3) moest naar eene opgave van 1534 Aert-Brantsgoed, nu B. Arntsgoed genoemd, in geval van oorlog den vorst een wagenpaard leveren. Het is twijfelachtig, of het goed, zooals eenige andere bij Nykerk, verplicht was om

1) Een schepel land is in den omtrek van Nykerk een zevende hectare groot.

a De knoteik werd door vele leden van „Gelre" opgemerkt bij het bezoek dier vereeniging aan het geboortehuis van Arend van Slichtenhorst op 21 JuniiQió. Op borsthoogte is hij a,3o M. in omvang, iets hooger 3,96 M. daarna is hij van iets minder omtrek. Op den achtergrond der afbeelding ziet men Broekhuizen.

3) Geldersche Oudheden I, blz. 376 vgg.