is toegevoegd aan uw favorieten.

De geschiedschrijver en rechtsgeleerde Dr. Arend van Slichtenhorst en zijn vader Brant van Slichtenhorst, stichter van Albany, hoofdstad van den staat New -York

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zou de eigenaar, nu er geen grondheer meer was, zelf het hoogstammige hout mogen vellen, het akkermaalshout hakken, het scheerhout langs de bouw- of weilanden mogen kappen en alles ten eigen voordeele aanwenden.

Na Brant van Slichtenhorst waren volgens het tinsboek Jan Henricks Ham en anderen bezitters van Aert-Brantsgoed. In de eerste helft der negentiende eeuw kwam het aan Ds. Smalbrake te Kootwijk. Zijne dienstbode en erfgename huwde met Harmen Geurtsen Bakker, wiens erven de boerderij voor het grootste deel, nl. van de Broekbeek tot den Buntweg, d.i. het goed van den tegenwoordigen omvang, + 1867 verkochten aan Mr. Jan Karei Baron van Goltstein, terwijl het deel zuidwaarts van den Vrouwenweg het eigendom werd van verschillende personen, die het recht van uitweg over het goed behielden. Sedert zijn overlijden is zijne nicht F. E. A. Baronesse van Goltstein, Douairière F. W. J. Baron van Pallandt, wonende op het kasteel Vanenburg bij Putten, eigenaresse van Aert-Brantsgoed, nu Westphalingsgoed geheeten, waarvan Gerrit Lozeman pachter is.

Schijnbaar is de afstand in tijd van het heden tot den aanvang der geschreven geschiedenis van Aert-Brantsgoed, + 1370, niet zoo groot als voor een land in hetzelfde tijdsverloop, daar de vele wisselingen in een staat door tal van jaren en personen worden aangewezen. Ze zijn de mijlpalen op den langen weg der historie.

Geeft men zich evenwel meer rekenschap van den langdurigen tijd van het bestaan der hoeve, bedenkt men, hoeveel generatiën van menschen haar bewoonden en stelt men het verblijf van ieder geslacht, gelijk van ouds, op dertig jaren, dan zal het besluit zijn, dat in de verloopen 546 jaren achttien opeenvolgende generatiën, ieder met een gezin van vele personen met het dienende personeel, aan den bodem het bestaan ontwoekerden, daarbij nog schatting aan grondheer of eigenaar, aan kerk, gemeentelijk en landsbestuur opbrachten en allen daar het lief en het leed ondervonden, dat een menschenkind en een gezin in het leven medemaakt en dat öf verheft öf drukt.

En met een elftal eeuwen van ongeschreven geschiedenis van het goed, nl. van de veertiende eeuw terug tot vóór den Saksischen en Frankischen tijd, komt men tot meer dan vijftig geslachten, die het aloude erf bewoonden.

Hoe leeft, hoe spreekt zoo'n boerenhoeve, die de aanschouwer daar zoo rustig ziet liggen, meer tot hem, wanneer hij, al is het maar van enkele eeuwen, de wisselingen in bewoning en in voortbrenging meer kan overzien gedurende tijden van vrede en oorlog, van vrijheid en overheersching.

Zou een mensch, wiens bloeitijd kort is, vergeleken bij het bestaan van een vijftig geslachten op ééne hoeve, zich dan in het licht der geschiedenis niet klein achten en iijn leven als het ware te gering?

Maar aan allen in die eeuwen gaf de zon haar licht en hare warmte en met het ontwakende geestesleven sprankelden licht-