is toegevoegd aan uw favorieten.

De geschiedschrijver en rechtsgeleerde Dr. Arend van Slichtenhorst en zijn vader Brant van Slichtenhorst, stichter van Albany, hoofdstad van den staat New -York

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

door de kerkmeesters was dit de tweede tegenaanval van de laatsten of wel van Amelis van Twiller, een der beiden, „wegens kerckmeisteren ende gemeente tot Nikerck contra Jrn. Claes van Delen, Carel Bentinck, Philips van Vurstenburg". Coop van Oldenbarnevelt was al ter ziele, maar juffrouw Geertruid van Hollick als erfgename van haar zoon Coop zou er mede in betrokken worden blijkens schrijven van den Kanseher namens het Hof op 29 November 1630 1).

Er zou nog eene heele reeks brieven volgen 2), niettegenstaande den 21 Januari 1631 door bemiddeling van het Hof een verdrag tusschen de jonkeren en die van de gemeente met de zetters was aangegaan 3).

De hartstochten waren ontketend; zelfs het Hof kon bij al de pogingen tot verzoening geen dam opwerpen tegen den wassenden vloed, of herhaaldelijk bleek hij onvoldoende.

Tot het jaar 1637 zouden de beide worstelaars, Brant van Shchtenhorst en Carel Bentinck, elkander den prijs der overwinning betwisten, de eerste als voornaamste en krachtigste gemachtigde van de gemeente voor het behoud harer rechten, de tweede als voorvechter tot het verwerven van ambtsjonkerlijke privilegiën; ja tot het jaar 1646, na den dood van den laatste, zou het duren, voordat Van Slichtenhorst, die als overwinnaar over de behouden rechten der gemeente nog lang na het jaar van beslissing 1632 bleef waken, zijne verschoten gelden kon terugbekomen.

Een nieuw twistpunt bood zich in Mei 1630 aan. De pleitbezorger Dr. Limburg te Arnhem hcht voorloopig in door zijne drie (doorgehaalde) posten onder het hoofd: „Amelis van Twiller als volmegtiger van die gemeente tot Nikerck" contra de drie genoemde jonkers. Het in margine gestelde getuigde van den wil om bij het aanvankehjke succes een nieuw te verwerven nl. „om to hebben rembornstement — zoo staat er — „van 'tgene die jonckeren in die schattingen te min gegeven hebben ende dat sie henvorder neffens anderen geliick mogten aen geslagen worden" 4).

Eindelijk staat er van dien kerkmeester eene actie tegen dezelfden „nopende 't arrest op die persoen van meister Galtus". Meester Galtus woonde te Amersfoort, was een beroemd orgelhersteller, zou later het orgel te Harderwijk veel verbeteren en had nu zijne talenten te Nykerk aangewend om na zijn collega mr. Vijfpenninck het oude kunstwerk in goeden staat te brengen. Terwijl mr. Galtus aan het onderste houtwerk bezig was, verklaarde de 23jarige orgelist Peter Jacobsen gerichtelijk den 28sten October 1628, dat de orgelmaker hem gezegd had, dat

1) Gelre VI, blz. 338. 3) Bijlage VII.

3) Gelre VI, blz. 236.

4) Men zie den post over f33000 in Bentinck's rekening, bijlage VIII. De eisch van Van Twiller werd afgeslagen.