is toegevoegd aan uw favorieten.

De geschiedschrijver en rechtsgeleerde Dr. Arend van Slichtenhorst en zijn vader Brant van Slichtenhorst, stichter van Albany, hoofdstad van den staat New -York

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

des ambts lasten zou geschieden door de jonkers ten overstaan van vier personen, door de jonkers te verkiezen uit twaalf door de gemeente (bij klokkeslag) voor te dragen, en wel zes uit de vest en zes uit de omliggende buurschappen. Van de vier gemeenslieden zouden elk jaar twee moeten aftreden i) en zes nieuwe moesten aangewezen worden, drie uit de vest en drie uit de buurschappen. Aan de vier gemeenslieden werd het recht toegekend bezwaren tegen de zetting in te brengen, eerst bij de jonkers en zoo deze er geen gehoor aan gaven, dan bij het Hof.

Werd hier voor een deel het overwicht der jonkers in gemeentezaken wettelijk gevestigd, al verkregen zij niet het uitsluitende recht om naar eigen goedvinden ambtsbelasting te heffen, eene volgende bepaling zou oorzaak worden van nog tweejarigen strijd.

De gemeente had namelijk aanmerkingen op de vroeger door jonkers gedane heffingen en ter opheffing hiervan zouden op aandrang van de gemeente in overeenstemming met der jonkeren vrijwillige presentatie de grieven voor een commissaris van den Hove worden onderzocht, waarop na hoor en wederhoor door dit college zou worden beslist.

Heftige debatteö waren op den 19 Januari 1631 voor het Hof gevoerd en ongetwijfeld zal de vurige Brant Aerts als raadsman van gecommitteerden der gemeente te velde zijn getrokken tegen de praktijken van Bentinck; maar na de verzoeningspogingen van het Hof verklaarden beide partijen, dat hunne meening niet geweest was om iemands eer te krenken, maar alleen om hare vermeende rechten voor te staan en dat ieder bij zijn goeden naam en faam gebleven was en blijven zou. Deze zeker met goede woorden verkregen, doch innerlijk onware verklaring kon niet het gewenschte effect hebben.

Alzoo olie op de golven gegoten hebbende, mocht het Hof de verwachting koesteren den storm bezworen te hebben. Maar zijn eigen rechtsbesef had de clausule doen stellen, dat op „wyder aenholden" van de gemeente de uitzettingen van vroegere jaren zouden beoordeeld worden. En hiermede zouden spoedig daarna de golven der verontwaardiging wegens miskenning en rechtsverkrachting zich zoo hoog verheffen als zelden of nooit eene plattelandsgemeente in Gelderland had aanschouwd.

Den vijfden Februari, dus ruim veertien dagen na 's Hoves bemiddeling, eischte Carel Bentinck van Brant Aerts de cedul of lijst van de schildschatting gerichtelijk terug: voor geen 2000 gulden schade zou hij de cedel willen missen. Wilde hij het hem bezwarende stuk niet in handen van tegenstanders laten tegen den tijd, dat alle vorige zettingen door het Hof zouden ingezien worden ?

Uit andere geschriften van lateren tijd is aan den dag getreden, dat het Carel Bentinck ontbrak aan een nauwgezet geweten en dat hij eerst korten tijd vóór zijn dood de asen

1) De jonkers hadden na hunne admissie als ambtsjonker levenslang zitting.