is toegevoegd aan uw favorieten.

De geschiedschrijver en rechtsgeleerde Dr. Arend van Slichtenhorst en zijn vader Brant van Slichtenhorst, stichter van Albany, hoofdstad van den staat New -York

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

houden, alsoo hy een dubbelt daervan heeft. Wilt hem den eedt afnemen als officier ende dat hy ten minste drie schepens stelt, die hem den eedt doen; soo kan hy de banck spannen ende gerecht houden .... Dan hy ontvalt my onder de handt — (Planck viel bij nadere kennismaking tegen) — Daer steeckt niet sooveel in (hem), als ick wel gemeent hadde. Nu ben ick er aen vast; mach hopen, dat het beeter sal uytvallen."

Dewijl Kiliaen van Rensselaer als man van eer zich niet gerechtigd achtte het contract met Jacob Planck te verbreken, hoewel hij hem na herhaalde gesprekken minder geschikt oordeelde, werd Brant Aertsen nog niet benoemd en kon deze voor den jeugdigen Gouverneur Van Twiller niet de oudere vriend en raadsman zijn, dien zijne ouders en mogelijk zijn oom voor hem gewenscht hadden, nadat Brant Aertsen de benoeming tot commies van den „winkel" had verkregen. Maar de herhaalde tegenslag, indien Brant Aertsen van den voorslag aan Van Rensselaer mocht gehoord hebben, had het goede gevolg wellicht, dat Arend van Slichtenhorst nu wel de rechtsgeleerde en dichter kon worden, maar bovenal de geschiedschrijver, waarop Gelderland mag bogen. Voorwaar, zoo Bentinck, gedreven door verregaande vijandschap, en Van Rensselaer, gebonden aan zijn contract, Brant van Slichtenhorst's vertrek naar Nieuw-Nederland niet hadden vertraagd, Gelderland zou vermoedelijk zijn grootsten historieschrijver niet hebben gehad en — de geschiedenis van Nieuw-Nederland ware anders geweest.

Thans kan de grootsche strijd tusschen adelswillekeur en burgertegenstand voor het jaar 1632 worden vervolgd.

Een veelbewogen jaar voor het gezin van Brant van Slichtenhorst, die na zijne benoeming tot commies der W. I. C. zijne have had verkocht en zijn erf op Shchtenhorst verpacht. Om zijne opdracht als gecommitteerde der gemeente, die niemand kon of wilde overnemen, in een nieuw processtadium als plichtgetrouw man te vervullen, bleef hij.

Met zijn gezin vestigde hij zich thans te Harderwijk, zoodat zijn reeds aldaar studeerende zoon Arend de dagelijksche moederzorg weder kon genieten.

Onderwijl was met bijna onverminderde kracht de worsteling tusschen jonkers en gemeente voortgezet.

De stad Harderwijk zoude er zijdelings in betrokken worden, daar volgens een oud recht de bestuurders dier stad recht van inzage en sluiting hadden van de belastingcedel van Nykerk, alsmede van die van Putten en Ermelo. Daarvoor mochten de ingezetenen dier ambten in oorlogstijden met have en goed binnen de poorten der stad bescherming en veiligheid zoeken. Dat zij hiervoor tevens de grachten der stad hadden uit te diepen, de wallen en de vestingmuren te versterken, daarvoor zijn in de zeventiende eeuw geen bewijzen meer, gelijk nog wel van de geëischte gelijke verplichting der bewoners van Epe en Heerde jegens Hattem, en iets vroeger van de Puttenaren en Blinkers