is toegevoegd aan uw favorieten.

De geschiedschrijver en rechtsgeleerde Dr. Arend van Slichtenhorst en zijn vader Brant van Slichtenhorst, stichter van Albany, hoofdstad van den staat New -York

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verstrekt om de rechten der gemeente te handhaven tegen willekeurige handelingen van de ambtsjonkers en den schout.

In de uitspraak van het Hof van 29 Maart 1645 worden vier data van volmachten speciaal genoemd: 8 Februari en 19 Maart 1631, 4 November 1633 en 4 Augustus 1635. In een der bij de beslissing dienende stukken lezen we als principalen van Brant van Shchtenhorst, die immer een der gevolmachtigden geweest was: Roelof Gerrits, Evertge, wed. van Goodtschalck Claesz., Claes Aerts van Strylant, Meus Jansz. van Coot, Steven Wolters, Elbert Elberts Ham, Claes Reynersz Opstal, Adriaen Maes (Robert), Peel Maes, Aris Stevens, Henrick Elberts op Holck, Claes van Steenier, als momber van zaligen Seger Jans' kinderen, Jan Henrick Reyners, Aelt Reyners, nu deszelfs erfgenamen. Bij hen bleken bij nader reces van 17 Juni 1637 gevoegd te zijn: Aris Meuners' erfgenamen, Claes Willemsen weduwe, Henrick Gerrits Terck, Henrick Elberts in de (stads-)buurt, Gerrit Pelen, nu deszelfs erfgenamen en Wilbert 1) Everts.

Meer dan een jaar geleden had Brant Aerts aan Dr. Aernt Penninck als hun advocaat en lasthebbende de origineele rekening en de daarbij vereischte documenten ter hand gesteld, maar tot nog toe was geen wettelijk debat daartegen gedaan. En zij hadden dit ook niet kunnen of weten te doen, „vermits de penningen — de geleende sommen — opgelicht siin met haerluyder goede kennisse, voorweten ende door derselver last, geliick uyt haerluyden verscheydene volmachten, voor desen overgeleyt, naerder kan blycken". Copie was mede geleverd van met eigen handen der principalen geteekende rekeningen, die immers ook strekten tot „'t gemene beste ende vorderinge der processen ende verterongen van syne voors. principalen."

Op 16 Juli en 19 October 1638 werden stukken in handen gesteld van de tegenpartij, wier gemachtigde Henrick Elberts op Holk zou worden. Dr. Willem de Vreede trad 15 Juli 1638 te Zutphen op voor Brant Aerts en Thomas Willems, toen den vorigen dag de zaak voor het Hof zou hebben gediend.

Na de mislukte poging om de opgenomen en verschoten gelden te verhalen op de lastgevers zouden een viertal met de beide gemachtigden zich vereenigen om uit de ambtskas de gelden te verkrijgen, waarop men volgens het accoord van 10 November 1632 volkomen recht had. Een request werd opgemaakt, gericht aan „de Ed. Heeren Jonckeren, Scholtis, gecommitteerde gemeynsluyden ende setteren van den ampte van Nieukerck". Vrijmoedig, doch gepast luidde het:

„Remonstreren met alle eerbiedinge wy ondergeschrevene geïnteresseerde geërfden des ampts Nieukerck, dat alsoo wy opten 19 Martii 1631 volgens volmacht hierby annex tot voorstant ende behoudenis van 't recht der geërfden deses ampts hooch

1) De voornaam Wilbert komt volgens oudere stukken uit Willebert, WUlebrord en herinnert aan een der eerste evangeliepredikers. Hij komt heden nog als Wolbeit voor.