is toegevoegd aan uw favorieten.

De geschiedschrijver en rechtsgeleerde Dr. Arend van Slichtenhorst en zijn vader Brant van Slichtenhorst, stichter van Albany, hoofdstad van den staat New -York

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Daerover in meerder (dan) twee daegen uyt geweest, coemt te samen 5 — ° ° •

Het was van ouds op Veluwe heel moeilijk om schulden betaald te krijgen. Vaak moest peinding op de goederen gedaan worden, voordat de schuldenaars wettelijk verschuldigde gelden voldeden. In het oudst bekende gerichtssignaat van Veluwe (1418—1424) leest men al van vervolgingen wegens achterstallige schuld, b.v. op folio 4: Engelbert van Aller te Putten peindt wegens pacht aan een huis van Liesbet van den Oeys. Soms werd zelfs een erf of goed aan den rechtmatigen eigenaar onthouden: „Met van Renseler is oir clegelick guet thogewesen thegen Melis van Douverden".

En door gelijke oorzaak, n.1. wanbetaling, zou er verwijdering, zelfs een proces komen tusschen Brant van Slichtenhorst en zijn vroegeren medestander Henrick Elberts. Deze werd zelfs gemachtigde van de gemeente, d. i. van hen, die vroeger Brant Aerts machtiging hadden verstrekt, maar nu onwillig waren hunne schriftelijke verklaringen om hem en zijn mede-gevolmachtigde kost- en schadeloos te houden, gestand te doen.

Daarom droeg Brant Aerts den 3den Juli 164* den onderschout van Nykerk Philips Claes op eene insinuatie, zooals de term luidde, aan Henrick Elberts of „aen desselfs huysinge te doen".

Op verzoek van dezen en na schrijyen van diens advocaat Dr. A. Penninck ging op 21 Juli 1640 de luitenant-schout van Amersfoort Brant van Slichtenhorst van deze stad naar Nykerk om ter vermijding van vele onkosten „de questie van de reeckeninge aen wedersiids advocaten met assumptiën van 't Hof te stellen".

Dit werd echter door Henrick Elberts, die immer in uitstel zijne kracht zou zoeken om zich aan de verplichte betaling te onttrekken, acht dagen opgeschort. Het werd wel veertien dagen. Toen, op 4 Augustus, „is Slichtenhorst met d'voorseide Langevelt neffens Gerrit de Wyer aen synersiids wedergecoemen ten huyse voors. bestemt, maer niemant gevonden. Ende Henrick Elberts, door Mette Egberts ontboden, is ons ontmoet op d'Hollickerwech ende heeft ons versocht op Strylant te gaen — dit goed lag aan de andere zijde van Nykerk en was dus meer dan een half uur gaans verwijderd — alwaer hy seyde ons met siin volck (d. i. zijne lastgevers) te sullen tegencoemen. Maer langs op den naemiddach gewacht hebbende, is niemand verschenen, coemt voor ons drieën t'saemen 7 — 10 — °-

Zoo werd Van Slichtenhorst van het kastje naar den muur gestuurd, doch hij zou niet met zich laten sollen, toen de oude medestanders „nu meest alles stoutelick tegen haer consciëntie in haer bericht derven ontkennen, alsoe sy meynden, dat hy requestrant al siin bewüs, soo ten Hove als elders overgelevert, niet en soude wederom weten te becoemen."

Dan liever — het is vroeger al medegedeeld — zijn zoon Arend, wiens geheugen ook in deze zaak blijkbaar uitstekend was, nu de vader erkennen moest wat vergeten te zijn, van