is toegevoegd aan uw favorieten.

De geschiedschrijver en rechtsgeleerde Dr. Arend van Slichtenhorst en zijn vader Brant van Slichtenhorst, stichter van Albany, hoofdstad van den staat New -York

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van den Staat Vroeger had hij wel eens de hulp ingeroepen en verkregen van Jhr. Gerrit van Arnhem i), die voor Gelderland zitting had, en van Jhr. Van Weede, die een der vertegenwoordigers van het Sticht was. De griffier Musch was hem niet Ongenegen.

De vennooten zouden tijdens de levensjaren van Van Rensselaer geene rechterlijke beslissing nopens eene verdeeling uitlokken. Wel behielden zij zich op i Juli 1641 bij insinuatie hunne rechten uitdrukkelijk voor, toen zij hunne omslagen voldeden.

Een paar jaren na het overlijden van Kiliaen van Rensselaer richtten Samuel Blommaert c.s. zich weder tot de Staten-Generaal. Hun den 30 November 1648 ingediend verzoekschrift werd 16 April d.a.v. in een tegenschrift beantwoord door de beide voogden der kinderen van den overleden Patroon, nL Johan van Wely, hun oom van moederszijde, en Wouter van Twiller, hun neef van vaderszijde 2).

Vermoedelijk is binnen weinige jaren de geheele kolonie aan de Van Rensselaer's gekomen: immers bij de vordering van Brant van Shchtenhorst wegens salaris en verschotten werd nimmer iets over de vennooten gerept, maar sprak hij alleen I deswege aan den oudsten zoon Johan van Rensselaer (Renseler) I als leenvolger zijns vaders. Deze jonge man, die in 1655 te Hoevelaken bij Nykerk huwde met zijne nicht Elisabeth van Twiller en zich daarop in de laatste plaats vestigde, overleed te Nykerk den 6den Mei 1662, 36 jaren oud. Daar hij geene zoons I naliet (een was als kind gestorven), wel twee dochtertjes, zou Rensselaerswyck aan een zijner stiefbroeders overgaan. Hij had I evenmin als zijn vader, de eerste Patroon van Rensselaerswyck, deze kolonie, waarmede diens nageslacht uit het tweede huwehjk I het meest gebaat zou zijn, met eigen oogen aanschouwd.

De bekoring daar de Nieuwe wereld te zien in de ongewone ! omgeving van het door breede rivier en snelvhetende killen doorstroomde schoone landbouwgebied, omzoomd door het aan pelsdieren rijke woud- en jachtterrein van een der beste, doch niettemin nog gevaarlijke en wreede Indianenstammen — die bekoring, welke verre de oogenstreeling overtrof, die de Veluwe aanbood met hare zandige, alleen aan den rand rijke landouwen en met hare door schaarsch grof wild en lichtschuwe Zigeuners bewoonde bosschen — ze heeft Brant van Shchtenhorst bijna, maar zijne naaste bloedverwanten daar geheel omvangen, om er verre van het oude vaderland de levensdagen te eindigen.

1) Jhr. Gerrit van Arnhem woonde met zijn echtgenoote Theodora van Wassenaer van Duvenvoorde tot 1646 in Den Haag.

a) No. 48 van de handschriften in het Van Rensselaer-Bowier-archief te Amsterdam.