is toegevoegd aan uw favorieten.

De geschiedschrijver en rechtsgeleerde Dr. Arend van Slichtenhorst en zijn vader Brant van Slichtenhorst, stichter van Albany, hoofdstad van den staat New -York

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK XII.

BRANT VAN SLICHTENHORST BENOEMD TOT DIRECTEUR VAN RENSSELAERSWYCK.

Den 10 November 1646 bevond zich Brant van Slichtenhorst te Amsterdam. Daar zouden Johan van Wely en Wouter van TwiUer, de laatste voor de tweede maal uit Nieuw-Nederland teruggekeerd, als voogden van den oudsten zoon van Kiliaen van Rensselaer hem, Van Shchtenhorst, onder den titel van hoofd-officier of directeur het beheer der kolonie Rensselaerswyck opdragen en wel op zoodanige instructie, als hem nader zou worden ter hand gesteld.

De benoeming had plaats voor den tijd van drie jaren met ingang van den dag, waarop hij in de kolonie zou aankomen, en eindigende, als hij weder te scheep zou gaan.

Als hoofd-officier zou hij de politie- en justitiezaken leiden. Bovendien zou hij rentmeester zijn van alle inkomsten, die de Patroon trok van de boerderijen, in de kolonie altijd bouwerieën genoemd, tabaksplantages, molens en van andere inkomsten en rechten, waarvan de Directeur deugdelijke rekening moest doen.

Deze zou zich onthouden van den handel in pelterijen en niet als commies hiervoor optreden.

Als salaris voor beide ambten zou de benoemde Directeur 900 gulden 'sjaars genieten, waarvan 150 gulden in Nederland zou betaald worden aan een door hem aan te wijzen persoon. Deze bleek later zijne hier achtergeblevene dochter Hillegonda (Goudje) te zijn, die enkele jaren later met Peter van der Schuer te Nykerk zou trouwen. In Amerika zou de resteerende 750 gulden jaarlijks, voor zoo ver het toereikend was, betaald worden uit den 2osten penning van de jaarlijksche ontvangst en verder uit de inkomsten der kolonie.

Als hoofd-officier zou hem daarenboven een derde deel der boeten en conhscatiën worden toegekend, die tien of meer gulden bedroegen; daarbeneden zou hij ze geheel verkrijgen, mits zijn luitenant hiervan de helft werd uitgekeerd. Een derde bron van inkomsten voor den Directeur zouden de toepachten zijn bij het verpachten der bouwerieën.

Op kosten van den Patroon zou den Directeur een luitenant tot zijne adsistentie worden toegevoegd. Nicolaas Coorn 1), die de directie waarnam, zou dit worden ; maar hij bedankte spoedig. Gerrit van Slichtenhorst, Brant's jongste zoon, verrichtte de

1) Een Cornelis Gerrits Coren, keersmaker, was inschrijver voor f300 in het kapitaal der W. I. C.