is toegevoegd aan uw favorieten.

De geschiedschrijver en rechtsgeleerde Dr. Arend van Slichtenhorst en zijn vader Brant van Slichtenhorst, stichter van Albany, hoofdstad van den staat New -York

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vry van Wilden te siin geweesd in de eerste 3 jaeren. Ja, de Wilden hebben alle week hem Slichtenhorst wel sooveel geklooft brandhout onder nacht und dagh ofverbrandt, als een daghhuyrder, die hy 's daegs 2 gulden und de kost und drank moste geven, konde klooven, behalven het hacken und haelen und wy noch achterof mosten staen.

Soodat de onkosten van verteeringe van de Wilden und swaere doortochten van deselve hem Slichtenhorst in den jaer 1648 op 't minste gerekend wel gekost hebben 600 und van 'tjaer 1649 mee wel 400 und van 'tjaer 1650 f200.

Welke onkosten und verteeringe hy Directeur in specie ook vertoont heeft, aen de Heeren, die het eensdeels bekend was, haer discretie heeft gestelt, die hem voor onkosten van het eerste jaer 400, und voor het tweede jaer 200 und voor het derde jaer 100 (gulden) hebben goedgedaen vermogens siin contract, alsby de opgenoomene und geslootene rekeningh kan blyken.

Und dit alles behalven de groote moeyten, vuyligheid, stank und overlast und dat hem ontstoolen is meerder siin geweest als alle de gedane onkosten und daerom niet wederom wilde lyden en uutstaen. Und (dat) de Patroon noch geholden (is) deselve apart te betaelen vermogens contract."

Tot zoo ver het den toestand origineel schetsende stuk van den gewezen Directeur Brant van Slichtenhorst.

Zonder de soms onaangename en gevaarlijke nabuurschap van de Indianen ware het gebied van de Hudson of de Noordrivier een ideaal landschap geweest voor eene landbouwkolonie en het jachtbedrijf. Reeds in 1630, toen op den 2 8sten Juli Kihaen van Rensselaer eene uitgebreide landstreek van de Machicanderen deed aankoopen, wordt er eene beschrijving aan toegevoegd, die den minnaar van het jachtvermaak en van het visschen, zoomede den liefhebbers van boschcultuur het hart zou doen opengaan. Zoo leest men: „Tegenover het Fort (Oranje) op de zuydhoeck van de Laets-eyland is veel gevogelt te schieten van gansen swanen, endvogels, kranen ende calcoenen; (se) houden (zich) boschwaert in. Insgeliicks de hertten ende ander wilt. Daer siin oock wolven, maer niet groot, of 't honden waren."

Later zou Van Slichtenhorst eene opgave doen van de verleende premiën op de gedoode wolven, welke opgave met eenige andere meT meer in het pakket der bijgevoegde stukken aanwezig is. Hij had in Rensselaerswyck het voorbeeld gevolgd van het gebruik op de Veluwe, waar men in zijn tijd ook nog premiën stelde op het dooden van dit schadelijke gedierte.

Verder heet het: „Op de Laets-eylandt siin wel veel hooge ende rechte boomen, bequaem om riemen van te maken. Het lijken wel riemen voor de grootste sloepen en voor galjoenen.

Van de Maquaes can men — principael in de winter — herttenvleesch genoeg krygen, dat vett ende schoon is, omtrent 3 4 ofte 5 handt seewan voor een hert. (Se) souden geern hertten tegen melck ofte booter ruylen; is bequaem te roocken