is toegevoegd aan uw favorieten.

De geschiedschrijver en rechtsgeleerde Dr. Arend van Slichtenhorst en zijn vader Brant van Slichtenhorst, stichter van Albany, hoofdstad van den staat New -York

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Amerika aanwezige handschriften leveren overvloed van stof. De laatste werden reeds omstreeks 1850 door een paar met'het Nederlandsch bekende Amerikanen ijverig onderzocht, waartoe de aanleiding misschien gelegen was in de_aangevochten oude rechten der Van Rensselaer's als grondheeren van groote uitgestrektheden " lands, dié7 ëëh tijdlang slapende, door een lid der TalniTïë"weder te voorschijn werden gehaald en gehandhaafd. De strijd hierover scheen de groote Republiek op hare grondvesten te doen trillen.

Maar hier te lande was men tot deze eeuw toe zoo ongevoelig voor al wat de geschiedenis van Nieuw-Nederland betrof, dat zelfs in het groote Bibliographische Woordenboek van A. J. van der Aa alleen gewag wordt gemaakt van den Directeur-Generaal Petrus Stuyvesant, zooals hij hierin genoemd wordt. Van hem wordt medegedeeld, dat hij omstreeks 1610 te Scherpenzeel in Friesland werd geboren, aan de hoogeschool te Franeker studeerde en naar Amerika vertrok. Daar werd hij in 1644 voor de W. I. C. Directeur van Curacao en ondernam een aanval op het destijds Portugeesche eiland St. Martyn. Hij moest het beleg opbreken en ontving een zware wond, waarom hij naar het vaderland vertrok, Hier werd hij (hoewel één been was afgezet en door een houten vervangen) in het jaar 1646, (13 Juli) benoemd tot Directeur van Nieuw-Nederland, Curacao, Aruba en Bonaire. In 1664 moest P. Stuyvesant de stad Nieuw-Amsterdam aan de Engelschen overgeven en keerde hij terug naar Nederland. Na den tweeden Engelschen oorlog, in 1668, ging hij zich bij Nieuw-Amsterdam (New-York) vestigen, overleed in 1682 en werd in den familiegrafkelder in de Hervormde kerk dier stad bijgezet.

Wegens oudheid van het geslacht, afkomst van den krachtigsten Directeur-Generaal en huidige positie nemen zijne rechtstreeksche nazaten nog eene eervolle plaats in de Unie in, inzonderheid bij de vereenigingen, wier leden, van oud-Hollandschen oorsprong, de gedachtenis aan hunne voorzaten in het oude vaderland en aan degenen onder hen, wier voeten voor het eerst de Nieuwe wereld drukten, trachten levendig te houden.

Maar behalve over Stuyvesant wordt in genoemd werk zelfs niet gerept over zijne voorgangers als Directeur-Generaal^ Kommandeur of hoe de hoofdbestuurder van de Nederlandsche bezitting ook genoemd werd, noch over Kiliaen van Rensselaer en zijne kolonie Rensselaerswyck en hare bestuurderen of andere in Nieuw-Nederland op den voorgrond tredende persoonlijkheden. Zoo werd voor een dertigtal jaren in een Nederlandsch tijdschrift zonder eenig gevolg een verzoek gedaan om inlichting aangaande Arend van Curler. die uit zijne te Albany bewaarde geschriften een ^welopgevoed man bleek te zijn en zoo geletterd', dat hij, gelijk Vondél verzen schreef op den rand van de bladen der boeken van de leeningbank te Amsterdam, in de administratieboeken van Rensselaerswyck door het schrijven van Hebreeuwsche karakters zijne kennis van die taal scheen op te frisschen.