is toegevoegd aan uw favorieten.

De geschiedschrijver en rechtsgeleerde Dr. Arend van Slichtenhorst en zijn vader Brant van Slichtenhorst, stichter van Albany, hoofdstad van den staat New -York

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gewilde feudale bestuursinrichting, eerst vrijwel onafhankelijk van het centrale gezag, niet hunne sympathie bezat, met onpartijdigen blik eene schoone karakterteekening van Brant van Shchtenhorst als kampioen voor de rechten van den Wees-Patroon, nl. Johan van Renselaer (Renseler) als rechten leëhvolger van den tot landbouw genegen Amsterdamschen juwelier.

Wel was het hun niet ontgaan, dat Van Shchtenhorst niet geheel vrij was van hetgeen anderen in hem misprezen, dat hij nl. zou zijn „van eene koppige en halsstarrige natuur". Het is het gebrek, dat vaak eene groote deugd vergezelt, nl. eene krachtige leiding te kunnen geven in eene eenïgszins ontredderde maatschappij als de kolonie Rensselaerswyck bij zijne aanstelling was. De voogden van den Wees-Patroon, er bekend mede, dat het „herstel" der kolonie dringend noódig was en over welke eigenschappen de bijna zestigjarige Brant van Shchtenhorst beschikte, vonden ze eene aanbevehng en zij werden niet afgeschrikt, zoo ze het gekend hebben, door een zestiende-eeuwsch rijmpje:

„Wildy weten, wat een Gelderschman is in siin natuere? In siin olderdom wort hy hooveerdich ende stuere 1).

Zoo erg is het met Brant van Slichtenhorst niet geweest: een hoovaardig man kleedt zich naar, zoo niet boven zijn stand, maar Van Slichtenhorst versmaadde den in zijn tijd gebruikelijken mantel en stelde zich met zijne met bont gevoerde lakensche jas tevreden.

Eene uitvoerige studie te leveren van „de Geldersche Vallei" in Nieuw-Nederland, na hiervoor uit Nederlandsche archieven verzameld te hebben, met vermelding van de herkomst van vele personen uit de gelijknamige landstreek in Nederland, zal vooralsnog niet in het licht gegeven worden, maar wel noopt het eeuwjaar der geboorte van Arend van Shchtenhorst om aan hem en zijn vader alle aandacht te wijden en hun tot heden onbekend leven en bedrijf in het licht te stellen.

Maar de verzamelde bouwstoffen geven voor het laatste doel tal van voorstellingen, waaruit men een oordeel kan vormen over den strijd tusschen Brant van Slichtenhorst, die opkwam voor de door de bewindhebberen der Westindische Compagnie aan het patroonschap geschonken voorrechten, en Pieter Stuyvesant, die voor eene door hem gewenschte eenheid van de kolonie NieuwNederland niet schroomde de vrijheden van Rensselaerswyck te schenden, verzekerd wellicht van de goedkeuring der toenmalige bestuurderen der Compagnie. Zoo werden de beide gezaghebbenden de kampioenen voor tegenstrijdige inzichten en belangen.

Tot heden is voor een juister oordeel nog nimmer gebruik gemaakt van het in Nederland en speciaal te Arnhem berustende

1) Uit een M. S. kroniek van het laatste der 16de eeuw (Oude Tijd, 1869, blz. 151—152).