is toegevoegd aan uw favorieten.

De geschiedschrijver en rechtsgeleerde Dr. Arend van Slichtenhorst en zijn vader Brant van Slichtenhorst, stichter van Albany, hoofdstad van den staat New -York

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

plakkaat aan Dijckman en verklaarde opnieuw, „dat het rechtsgebied van Fort Oranje zich uitstrekte in een omtrek van zeshonderd treden van genoemd fort en opdat niemand onwetendheid zal voorwenden, belasten wij verder onzen Commissaris na bekendmaking hiervan op de bovengenoemde grenzen, ten noorden, zuiden en westen van voornoemd fort, een post te plaatsen, gemerkt met het Compagnie's teeken, en hieraan eene copie te hechten op een daartoe gespijkerde plank". Binnen deze grenzen mocht voortaan geen huis meer gebouwd worden dan met toestemming van den Directeur (Stuyvesant) en den Raad en van degenen, die door hen waren gemachtigd.

Deze beleedigende, onwettige daad, zegt de Amerikaansche schrijver, schendende tegelijk de rechten van eigendom en het zesde artikel van het contract van 1629, scheidde nu voor altijd de stad Beverwyck (gesticht door Brant van Slichtenhorst, doch door hem immer de Byeenwpninghe genoemd) van Van RenssclciGr's kolonie»

Zij werd echter niet goedwilhg door Van Shchtenhorst en zijn Raad afgestaan: zij bevalen hun konstabel de palen op staanden voet te verwijderen, 14 Maart, „protesteerende voor God almachtig en de Staten-Generaal tegen alle macht en geweld, aandringende op vergoeding van alle kosten en schade, die er uit mochten voortspruiten of daardoor veroorzaakt worden.

Op denzelfden dag hield het gericht van Rensselaerswyck zitting en gaf een lang vertoog „tegen de ongepaste aanspraken en aanvallen van den Directeur en Raad van Nieuw-Nederland , waarin zij ontkenden, dat de laatste eenige macht over de kolome bezat; zij hadden nooit trouw aan de Compagnie gezworen, nog minder aan Monsieur Stuyvesant, en erkenden geene meesters dan de Staten-Generaal en hunne eigene, onmiddellijke superieuren, wier landen gegeven waren als een eeuwigdurend leengoed — we ontdekken nu, dat Van Shchtenhorst de steller van het protest was — met hooge, middelbare en lage rechtsmacht, en hij, die dit alles wilde verwoesten, moest machtiger zijn dan de Compagnie, „ja dan Hunne Hoogmogenden." De overleden Directeur (van Nieuw-Nederland) Kieft verstond de wet beter dan zij,die haar heden ten dage uitvoerden, en dit zal openbaar gemaakt worden, wanneer die aan dien maatstaf zal onderworpen zijn.

Dit schrijven werd door Stuyvesant en zijn Raad „een groote laster" verklaard. Secretaris De Hooges werd opgeroepen om de namen te verschaffen van de magistraten, die ten gunste ervan hadden gestemd, en ze dreigden in geval van ongehoorzaamheid hem wegens verzet te vervolgen.

De Commissaris Dijckman te Fort Oranje trad als een blind werktuig van Stuyvesant tegen een bewoner van Beverwyck, Sander Leenderts Glen, al zeer aanmatigend en beleedigend op. Deze weigerde eene negerin, wegens een diefstal aangeklaagd, die op hare beurt anderen van hehng beschuldigde, uit te leveren. Dijckman zei hierop, dat hij de macht had hem en zijne geheele familie gevangen te nemen, zijn huis boven zijn hoofd at te