is toegevoegd aan uw favorieten.

De geschiedschrijver en rechtsgeleerde Dr. Arend van Slichtenhorst en zijn vader Brant van Slichtenhorst, stichter van Albany, hoofdstad van den staat New -York

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schiedenissen zoomede met dat, hetwelk hij het Wetboek van Gelderland noemde, zij toen eerst haar eigen weg ging door de trouw met den een gelijk getal jaren tellenden vrijgezel Pieter van der Schuer i).

Doch in de jaren 1648—1652, toen hen menige brief uit Nieuw-Nederland zal bereikt hebben — in de G. G. zijn plaatsen, waar de geschiedschrijver het over Wilden of Indianen alsmede over de zeestormen heeft — in die jaren zal Arend van Slichtenhorst tengevolge van zijne tochten door Gelderland meermalen en soms voor langen tijd zijne zuster niet gezien hebben, wier naam Goudje hij met de Duitsche vorstin Aurinia in verband brengt 2). Ook wist hij in zijne werken soms te wijzen op hetgeen de voorvaderen van zijn zwager Pieter van der Schuer voor zijn vaderland Gelderland verricht hadden evenals de zijne: de Van Aller's, Schrassert's en Van der Heli's.

De brieven van Arkemheen, die hij beloofde uit te geven, kon hij gemakkelijk in zijne geboorteplaats inzien, maar voor andere onderzoekingen werden groote afstanden afgelegd: naar Zalt-Bommel, waarbij het tevens bezochte Ammerzoden der Van Arckel's en Aalst, naar Tiel, Nymegen, 's Heerënberg, Doesburg, Zutphen, Hattem, te zamen in een reusachtigen cirkelboog gelegen en binnen dezen en wat meer nabij naar Arnhem en Wageningen, Elburg en Harderwijk. Was het met ééne rondreis gedaan geweest, dan zouden er geene jaren tijde aan besteed behoeven te zijn, maar de langdurige onderzoekingen in oorkonden, oude geschriften en boeken moeten hier en daar een verblijf van weken of maanden gevorderd hebben. Zelden heeft hij, als te Doesburg, Tiel en Wageningen, partij kunnen trekken van de studiën van anderen, die hij in dit geval dankbaar herdenkt. Zoo b.v. na de uitvoerige beschrijving van Doesburg zegt Arend van Slichtenhorst 3): „Dat Doesburgh rechtevoort met zoo een weyts en net gewaed voor den dagh koemt, is sy ende de leezer niemand schuldigh dan den kloeken wetgeleerden en stadsschryver Adam Huyghen, die alle geheimenissen en byzonderheeden van dese syne moederstad met geen kleynen yver en arrebeyd heeft uit de latten gehaelt ende in een groot boek al wat hier denkwaerdigs is gebeurd, vervolgens by een gestelt" enz. Aan het slot der beschrijving van Tiel laat hij zich dus uit 4): „Dit verhael hebben wy meest al by een geraept uit de zorghvuldighe en nette aenteykeninghen van den heer Cornelis Udents, weleer stadsschryver ende nu zielenharder van de

1) Man en vrouw verschilden slechts 13 dagen in leeftijd: Pieter was 23 April, Goudje 10 April 1626 gedoopt. » • •

2) T. d. L., blz. 7. „De Duytsse godinnen of vorstinnen Velleda en Aurinia hebben moghelijk'en geheeten Fenneken en Goutien." Hij volgde hierin Ds. Johannes Switterius te Nykerk na, die op 29 Maart 1618 als bruid inschreef Aurelia van Renseler, die elders met den voornaam Goudje genoemd wordt.

3) T. d. L., blz. 74.

4) Ibid., blz. 45.