is toegevoegd aan uw favorieten.

De geschiedschrijver en rechtsgeleerde Dr. Arend van Slichtenhorst en zijn vader Brant van Slichtenhorst, stichter van Albany, hoofdstad van den staat New -York

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

10. Idem van Reinier Kemping, advocaat bij den Hove van Gelderland, G. G., blz. 174.

11. Een oud handschrift uit het. klooster van Tiel 1), Lr. Lr.,

blz. 216. Kv*r-«3

12. Stukken van Joost Vijgh, heer van Isendoorn, G. Lr., blz.^14113 De reeds genoemde aanteekeningen van Cornehs Udents

aangaande Tiel, in jongere jaren stadsschrijver dezer stad,

14. Stukken'uit deVekenkamer van Gelderland, T. d. L., blz. 88.

15. Idem uit de Griffie van den Hove van Gelderland, blz. 411.

16. Oude handschriften in het bezit van den heer Temrmngh, rechtsgeleerde en gemachtigde der graven van Bronckhorst, G. G., blz. 266. v

17. Stukken uit het archief van Harderwijk, G. Lr., blz. 377, -88_5g6. Handschrift betreffende Harderwijk.

18. Idem uit het archief van Hattem, G. G., blz. 433. Privilegieboek der stad Hattem.

19. Stukken uit het archief van Amersfoort, G. Lr., blz. 182.

20. Idem van Nymegen, G. G., blz. 434, 561 etc.

21. Id. van Tiel, G. G., blz. 461.

22. Id. van Arnhem, G. G., blz. 455. .Jj

**, Aanteekeningen van Van Boecop te Elburg, G. Lr.,blz. 501.

24. Brieven van Eusebius Bentinck, heer van Isselmuden, aan Nicolaas Witten, G. G., blz. 519.

25. Geschriften van Mauritius garissen Pannekoeck, G. Lr., blz. 336. Handschrift van Harderwijk.

26. Acten te Nykerk, G. G., blz. 310.

27. Geschrift van Otho van Arckel, heer van Amelroy, Lr. Ir.,

28. Afschrift, behandigd door Jonkheer (Van) Beesd van Renoy, G. G., blz. 127.

29. Brieven der stad Zutphen, G. G., blz. 505—572..

30. Stukken uit het Godshuis van Walburgen uit Tiel te Arnhem, G. G., blz. 575.

31. Geslachtsrolle verkregen van Barend Turk, heer van Aalst, G. G., blz. 61. • ,. ,

(Vele stukken uit stedelijke en andere archieven dienden, wat hier niet achter de bronnen vermeld is, voor de beschrijving van steden en landstreken in het Tooneel des Lands van Gelder.)

Arend van Shchtenhorst beschikte daarbij, zooals herhaaldelijk uit zijne werken bhjkt, over de toen reeds uitgekomen oudere werken over Gelderland, Kleef en andere naburige staten of gewesten, zoowel van geloofegenooten als van anderen. Mij toetste hunne mededeelingen aan hetgeen hij soms in oorspronkelijke stukken aantrof, zette den een eene pluim op den hoed,

1) Dit is het in 1789 door J. D. van Leeuwen in het lkht gegeven Chronicon Tielense.