is toegevoegd aan uw favorieten.

De geschiedschrijver en rechtsgeleerde Dr. Arend van Slichtenhorst en zijn vader Brant van Slichtenhorst, stichter van Albany, hoofdstad van den staat New -York

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VII.

1631.

7 Maart. Het Hof gelast Nic. van Delen, Caerl Bentinck en Philips van Vorstenborch naar aarJeiding van een request van Amelis van Twiller, gemachtigde van de gemeente te Nykerk, om op 10 Mei voor het Hof te verschijnen tot recolement 1) van de rekening en daartoe de origineele verbalen mede te brengen.

17 Mei. Het Hof gelast Caerl Bentinck naar aanleiding van een request van Brant Aertss c.s. (v. Twiller, Ellerts en Willems) om op 8 Juli voor het Hof te verschijnen om den eisch der requestranten aan te hooren wegens de hun aangedane bejegening.

27 Juni. Het Hof verwittigt Van Delen, Bentinck en Van Vorstenborch, dat de commissarissen, benoemd tot het recoleeren van de rekening betreffende de uitzetting, op 18 Juli te Nykerk zullen aankomen.

14 September. Naar aanleiding van een request van Ellertss en Willemss gelast het Hof aan C. Bentinck om de gedurende zijn ontvangst meer geïnde dan uitgezette „schilden" over de jaren 1621 —1625 aan de requestranten ten behoeve van het ambt uit te keeren. Bij weigering wordt hij tegen 2 Nov. voor het Hof geciteerd om den eisch der requestranten aan te hooren.

19 September. Naar aanleiding van een request van Brant Aertss van Slichtenhorst, Brant Ellertss en Tomas Willems van Vredige gelast het Hof aan C. Bentinck op 3 Nov. te verschijnen om te hooren verklaren, dat het hem niet heeft betaamd eenige redemptie in te vorderen, die niet vooraf door de zetters was uitgezet, en om te worden veroordeeld om daarvan rekening en verantwoording te doen met overgifte van de verbalen en maancedullen.

16 December. Naar aanleiding van een request van Brant Arentsen, gemachtigde enz., en Goetschalck Claessen, gevoegde, gelast het Hof C. Bentinck aan de supplianten uit te keeren het halve schild, jaarlijks door hem gemaand sedert den tijd, die blijken zal bij quitantie of overlegging van de maancedullen.

Uit de Brieven van het Hof met het kwartier van Arnhem. R. A. te Arnhem.

VIH.

1633, Augustus ai. Van 't jaer 1632.

Reeckeninge van verschot, als Carel Bentinck, ontfanger des ampts Nyckerck, sedert de leste uitsettonge van den 5 Febrvtarii 1630 met kennisse ende ontheit 2) der Jonckeren naer older gewoonte uitgegeven ende verschpoten, alsmede over hetgene in den lesten uitsettonge overentsich 3) geset is:

Den scholtis gl. 24 : — :

Den ontfanger van 't overbrengen van 't schoorsteengeit des jaers 28 in twe posten, t'elkens 4 gulden. . . 8 : — : —

Van 't overbrengen van de schiltschattonge anno 1629 in negenthien posten 76: _ : _

1) a)

3)

— nieuw onderzoek.

— machtiging.

= overtollig, overig, overblijvend.