is toegevoegd aan uw favorieten.

In twee werelddeelen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

daar men u met open armen en groote hartelijkheid

ontfangt Wij hopen nu in weinige dagen de

reis te aanvaarden naar de Blackrivier; mijne vrouw en het geheele gezin gaat mede. Wij hebben daartoe door 's Heeren goedheid eene goede gelegenheid, daar ik een paar kamers heb kunnen huren van den zendeling Smitt, welke drie kwartier van de plaats woont alwaar wij onze eerste nederzetting hopen te beginnen, zoodat ik midden in het werk kan blijven terwijl ik temidden van mijn huisgezin leef. .... Mijnheer Kellog, rechter in het stadje Allegan, doet zeer veel voor mij, hij is mij dierbaar; hij onderwijst mij in alles, en weet veel, heeft veel achting, de boozen zijn bang voor hem, de goeden achten hem hoog. en geene moeite is voor hem te groot; ik leer veel van hem omtrent alle beginselen van wet en nederzettingen, — en in zijn huisgezin heb ik geleerd hoe men hier eigen zeep, eigen kaarsen, azijn, gist en stijfsel moet maken, in een woord: deze grijsaard is mij ten vader, nu is bij steeds aan mijne zijde in de landaankoopingen Ik gevoel veel behoefte aan verstandige broeders naast mij; ik hoop dat Broeder Scholte niet naar Jowa zal gaan; ik geloof dat hij niet beter kan doen dan zich in Michigan te vestigen. *) Wil Broeder Scholte niet aan de

Henry E. Dosker schrijft in rijn: Levensschets van A. C van Raalte (blz 71): „Twee dingen nn beheerschten de keuze van Van Raalte. misschien drie. Scholte stond ook gereed te vertrekken, maar de verhouding tusschen hen was niet van dien aard dat samenwoning en samenwerking wenschelijk scheen. Ik zeg daarom dat er misschien drie dingen waren, die Van Raalte's keuze beheerschten."

Dosker deelt niet mede op welk gezag dit zgn oordeel steunt. De brief van Van Raalte bewijst het tegenovergestelde Ook zou iemand, die niet met een ander wil samenwerken, de paarden achter den wagen