is toegevoegd aan uw favorieten.

In twee werelddeelen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het onmiddellijk daarheen te leiden dat een gemeente een kerkeraad verkoos.

Maar dat raakte in geen geval zijne denkbeelden over de periodieke aftreding der leden. In 1837 had hij van harte meegewerkt aan de afschaffing van die periodieke aftreding, waarvan dan ook in den Bijbel schijn noch schaduw te vinden is. In 1840 had hij medegestemd voor het opnieuw aannemen van de onveranderde Dordsche Kerkeordening, doch in zijn „Toelichting van November 1840" zich afwijking van verscheidene artikelen, en daaronder uitdrukkelijk van art. 27 voorbehouden. Hij had toen eenvoudig meegewerkt aan het tot stand komen van een vrede, waarvan men vooruit had kunnen zien en nog jarenlang ondervond dat hij valsch was. In elk geval behoefde men zich in de nieuwe levenssfeer niet gebonden te rekenen aan menschelijke bepalingen uit de oude omgeving.

Dr. Dosker schrijft: „Het was kort na de laatst vermelde worsteling (in Maart 1860) tusschen kerkeraad en gemeente, dat Van Raalte in eene geheime kerkeraadsvergadering uitriep: • al twintig jaren geleden had ik een anderen kerkeraad moeten hebben."1) En hij besluit daaruit: „Door ervaring geleerd werd hij dus weer goed Dordtsch".J)

Met welk recht? ie. Het verlangen naar „een anderen kerkeraad" is heel iets anders dan de begeerte naar „elke twee jaar voor de helft een anderen". 2e. Van Raalte was niet clericaal genoeg om met die woorden te bedoelen: „Ik, predikant, had een anderen kerkeraad moeten hebben". Hij wist wel dat niet

') Henry E. Dosker, Levensschets van Van Raalte, 159.