is toegevoegd aan uw favorieten.

In twee werelddeelen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Welke gezonde opvatting van de ambten Van Raalte had, blijkt uit de notulen van den kerkeraad van 4 Juni 1855. Er ontstond in de vergadering discussie over de positie en de rechten der diakenen. Van Raalte sprak: „De diakenen zijn geen administratieve clerken der gemeente, maar onder den Geest vrije openbaarmakers van den geest Christi, die kwam om wel te doen, welke geest Christi in de gemeente van Jezus is. Om hiervan levende toonbeelden en krachtvolle uitvoerders te zijn, tot eere Gods op aarde, moeten dezelve vol des Geestes zijn, welke hen leeren zal te vragen, wat Jezus wil is en wat zijn gemeente op aarde betaamt te doen tot Gods eere op aarde. De diakenen mogen zich dan ook onbeschroomd, bij behoeften, werpen op de gemeente. De gemeente moet uitblinken in de liefdewerken harer diakenen. En opdat alle schijn des kwaads geweerd worde, zijn de diakenen verpligt in goede overeenstemming met den raad der gemeente te handelen, en moet de vereischte duidelijkheid en openbaarheid over hunne handelingen verspreid zijn."

Een van de belangrijke zaken, die jarenlang de aandacht van den kerkeraad vroeg, was de verhouding van de kinderen der gemeente. Van 18 December 1851 tot 25 Februari 1866 kwam die vraag telkenmale in behandeling. Van Raalte meende:

1. „Niet eerst door belijdenis des geloofs worden de kinderen leden der gemeente, maar zij zijn het krachtens' het verbond der genade." *)

2. „Ook op doopleden als zoodanig kan en moet de tucht worden toegepast." 2)

') Notulen ie Gemeente, 18 December 1851. 2) t. a. p. 6—9 April 1855.