is toegevoegd aan uw favorieten.

De idioot

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

generaal waren buitengewoon vernuftig en gegrond op tastbare feiten. Wanneer de meisjes volstrekt waren overgelaten aan eigen neiging en beslissing zouden zij vanzelf ten slotte genoodzaakt zijn verstandig te worden en dan was de zaak aan het rollen. Dan ging het naar hun verlangen en zou er van kunsten en overbodige kieskeurigheid geen sprake zijn en de ouders behoefden enkel geduldig en zoo ongemerkt mogelijk op te letten, dat niet de een of andere vreemde keus of ongewone afwijking het eind zou worden, en daarom, op het juiste moment plotseling met alle krachten helpen en aan de zaak met allen invloed de goede richting geven. Eindelijk, alleen reeds dit: dat met elk jaar hun bezit en maatschappelijke beteekenis als een wiskunstige reeks steeg, en hoe meer tijd er verliep, de dochters juist des te betere partijen werden. Maar bij al die onweerlegbare feiten kwam er nog een: de oudste dochter Alexandra passeerde plotseling en bijna geheel onverwacht (zooals dat altijd gaat) de vijf en twintig; ongeveer terzelfder tijd legde Afanassy Iwanowitch Totzky, een buitengewoon rijk iemand uit de hooge kringen, met voorname relaties, weer zijn ouden wensch óm te trouwen aan den dag. Hij was een vijfenvijftiger van voortreffelijk karakter en van bijzonder verfijnden smaak, die als ervaren schoonheidskenner een goed huwelijk wenschte te doen. En zoo kwam hij dan bij generaal Jepantschin, met wien hij sedert eenigen tijd extra bevriend was en dat voornamelijk doordat beiden betrokken waren bij zekere flnanciëele ondernemingen, en hij vroeg hem om zoo te zeggen zijn vriendenraad en steun: of zijn wensch om met een van diens dochters te trouwen al dan niet kans zou hebben verhoord te worden. Daarmee brak in het kalm en zoetvloeiende familieleven van generaal Jepantschin een klaarblijkelijke wending aan.

Zooals ik reeds zei, was de jongste, Aglaja, ontwijfelbaar de mooiste van het gezin. Maar zelfs een Totzky, hoe egoïstisch ook, begreep dat hij daar niet zoeken moest en dat Aglaja niet voor hem bestemd was. Misschien had een blinde liefde en al te heftige zusterlijke vereering de zaak op-