is toegevoegd aan uw favorieten.

De idioot

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK XIII

|e vorst voelde zich bij het naar binnen gaan ' geenszins op zijn gemak, en had alle krachten [ noodig om zijn moed te verzamelen. „Het ergste | wat er zou kunnen gebeuren," dacht hij, „zou zijn dat ik niet ontvangen werd en dat men iets min

vleiends van me denkt, of dat als ze me dan wel ontvangen, ze me in m'n gezicht zullen uitlachen. Och wat, 't doet er niet toe!" En inderdaad was hij hier nog zoo bang niet voor, maar er was een vraag, waarop hij met geen mogelijkheid een bevredigend antwoord kon vinden: „Wat of hij daar doen zou, en wat hij er te maken had?" Zelfs als het hem mogelijk zou zijn de gelegenheid te vinden om tegen Nastasja Fihppovna te zeggen: „Trouw niet met dien man en stort uzelf niet in het verderf, hij heeft u niet lief, maar hij heeft uw geld hef, ik heb het van hemzelf gehoord en ik heb het ook van Aglaja Jepantschin gehoord, en ik ben gekomen om het u te vertellen," dan zou men toch moeilijk kunnen beweren, dat dit nu in alle opzichten het juiste zou zijn. En dan was er nóg een onoplosbare moeilijkheid, zelfs een zoo belangrijke, dat de vorst ze zich niet voor den geest durfde halen, eene, die hij niet eens meer kon verdragen, die hij niet wist onder woorden te brengen en die, als ze maar even tot zijn bewustzijn kwam, hem deed blozen en sidderen. Maar niettegenstaande al die ontroering en twijfel, was toch het einde, dat hij naar binnenging en naar Nastasja Filippovna vroeg. .' ••v'""!

Nastasja Filippovna's woning was niet zeer ruim maar de inrichting ervan was werkelijk prachtig. In het begin van die vijf jaar, gedurende welke zij in Petersburg leefde, was er een tijd geweest dat Afanasy Iwanowitch geen geld voor haar te goed achtte: hij rekende er toen nog op, dat zij hem zou gaan liefhebben, en wilde haar voornamelijk door gemakken en weelde aan zich binden, hij wist wel hoe gemakkelijk weeldegewoontes wortel schieten en hoe moeilijk