is toegevoegd aan uw favorieten.

Geschiedenis der Amsterdamsche stoomvaart

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

SI Wordt het veld hoe langer hoe ruimer, de stof wordt ook hoe langer hoe belangwekkender; het is, alsof de duffe lucht, die toe voortdurend meenen waar te nemen in het Amsterdam van omstreeks 1825, is weggevaagd door de frissche zeebries, die sinds de doorgraving van Holland op zijn Smalst toegang blijkt te hebben gekregen tot de Amsterdamsche haven en tot de Amsterdamsche scheepvaartkringen. Het is, alsof het slag mannen in de Amsterdamsche reederswereld forscher wordt en breeder van inzicht; hun ondernemingsgeest groeit naar mate hun ondernemingen in omvang toenemen en naar mate de verbinding van Amsterdam met de zee beter wordt. Zij komen blijkbaar onder de bekoring van hun werk, dat zij rusteloos zoeken uit te breiden; zij geven daaraan al hun kracht, al hun energie, gestaald in den strijd met mededingers van allerlei landaard. Voortdurend zien wij nieuwe krachten naar voren treden, soms uit de oude koopliedengeslachten, vaak ook „self made men", uitsluitend door eigen verdienste opgeklommen tot de hoogste sport van den ladder. En vaak heb ik mij afgevraagd, vooral bij het bestudeeren van conflicten met vreemde mededingers, hoe het zou gaan, wanneer, zooals sommigen mogelijk achten, dit bedrijf, dat zoozeer algeheele toewijding, maar ook algeheele vrijheid van ha ndelen eischt, een onderdeel zou worden vande logge staatsmachine met zijn bureaucratischen sleur.

SI Nu dit werk zijn voltooiing nadert, voegt mij een woord van hartelijken dank aan de zeer velen, die mij daarbij behulpzaam zijn geweest, aan zoovelen, dat het noemen van aller namen onmogelijk wordt. In het bijzonder moet ik mijn dank brengen aan de directies der verschillende maatschappijen, niet alleen voor de voorlichting, die zij mij zoo herhaaldelijk verstrekten, maar vooral voor het in mij gestelde vertrouwen, voor het feit, dat zij mij den meest volledigen toegang verleenden tot hunne archieven, opdat ik, al was ook natuurlijk publicatie van alle gegevens voor een zoo dicht bij ons liggend tijdperk nog niet mogelijk, in elk geval zorg kon dragen, dat mijn relaas op betrouwbare gegevens zou berusten. Speciaal aan de Directie der Kon. Nederl. Stoomboot Maatschappij, die voortdurend zich op de hoogte bleef stellen van de vordering van het werk en mij verder evenals de Directie van den Koninklijken Hollandschen Lloyd, in de gelegenheid stelde op reizen naar het zuiden ook de praktijk van het stoomvaartbedrijf te leeren kennen, voegt mij een woord van bijzonderen dank. SI Tallooze keeren héb ik, voor de vele kwesties, voor welke deze studie mij plaatste, voorlichting gezocht bij de hoofd-ambtenaren, die door de directie tot mijn voorlichting waren aangewezen. SI Ten slotte moet