is toegevoegd aan uw favorieten.

Geschiedenis der Amsterdamsche stoomvaart

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voor een tweetal diensten van Amsterdam op Utrecht en op de Lemmer; bijna tegelijkertijd vroeg Leonard de Vijver, wonende Heerengracht bij den Blauwburgwal, concessie voor een dienst op Harlingen. De Vijver, „koopman en boekhouder van diverse reederijen", verklaarde, dat verschillende personen „belanghebbende bij de navigatie op Vriesland" hem hadden aangezocht om een stoomvaartuig van deze stad op Harlingen te „etablisseeren". Hij was „ten eenenmale gepenetreerd van het groot belang voor den handel om dit middel daar te stellen" en had daarom het plan opgevat om op de werf van den scheepsbouwer Van Swieten een tweetal stoombooten, elk 36 ellen lang, te laten maken, welke de reis naar Harlingen m acht uren zouden kunnen volbrengen. Korten tijd daarna kwam nog een verzoek in van Thomas Zurmühlen voor een dienst langs het Noord-Hollandsch kanaal naar Den Helder, terwijl ook de Nederlandsche Stoomboot Mij. te Rotterdam haar onderneming door inzending van een prospectus aanbeval; het „zou voor Nederland een onuitwischbare schande zijn als vreemde stoombooten op de Nederlandsche wateren verschenen." SI De regeering van Amsterdam bleek voor het nieuwe middel van gemeenschap niet veel te gevoelen. Bijzonder zwaar wogen bij haar de belangen der veerschippers, die „hun middel van bestaan zullen verliezen en tot de armenkassen zullen vervallen". Zij vreest bovendien, dat de vrachten zullen rijzen, terwijl toch „ook de mindere, zelfs de behoeftige dient te worden getransporteerd, ja geene klasse van Z. M. ingezetenen dient uitgesloten te worden van te worden getransporteerd". Bovendien zal „de vrees voor brand en de nieuwheid der zaak velen huiverig maken dezen weg boven den ouden te verkiezen". SI Van alle zijden werden door de conservatieven argumenten tegen het nieuwe vervoermiddel bijeengebracht. Op het adres van De Vijver, die ter aanbeveling had medegedeeld, dat een bekwaam gezagvoerder, die menige reis naar Indië had gedaan, het bevel over de stoomboot zou krijgen, antwoordden zij dat het vaarwater naar Harlingen allergevaarlijkst was, en „dat de kapitein, al mocht hij nog zoo goed met den weg naar Indië bekend zijn, hier, bij gebrek aan ervaring, naar alle gedachten te kort zou schieten; wij zouden ons bezwaard achten hieraan het leven der passagiers te wagen". S2 Ook de besturen der andere gemeenten "stonden zoo krachtig mogeüjk de belangen der schippers voor.Ten slotte drong echter toch tot allen het besef door, dat er niet veel aan te doen zou zijn, daar te veel argumenten spraken voor het nieuwe middel van verkeer. De Burgemees-