is toegevoegd aan uw favorieten.

Geschiedenis der Amsterdamsche stoomvaart

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

inschrijving andermaal open te stellen, ditmaal niet als een gewone finandeele operatie, maar als speciale uitnoodiging tot hen, die de Amerikaansche zaak wilden bevorderen. De Utrechtsche heeren maakten zich sterk de obligaties geheel onder hun relaties te kunnen plaatsen. Het resultaat was evenwel andermaal ongunstig; er werd nu zeven ton ingeschreven, welke aanbiedingen niet werden aangenomen. Zoo was dan ten tweede male het plan der Directie om een voor geheel Nederland belangrijke zaak tot stand te brengen mislukt en in een der Amsterdamsche Couranten (de Amst. Courant van 14 Jan. 1870) werd op geestige wijze de houding der geldbeleggers gehekeld:

Wanneer soliede liên hun Landgenooten vragen,

Om met hen voor veel goeds een beetje geld te wagen,

Zoo 't wagen heeten mag, waar de ondervinding leert,

Dat alles goed besteed, verstandig wordt beheerd,

En alle grond bestaat de zaken te zien slagen

Neen, neen, dan ben je hier verkeerd!

Hoe minder zekerheid, hoe harder men zal loopen!

Zwets van een hooge rente en je krijgt geld bij hoopen;

Is 't maar een dobbelfonds, dan wil men er wel aan,

Stel morgen onbeschaamd een monsterleening open

Voor spoorwegUjnen in de maan

En 't zal geloof mij van een leien dakje gaan.

't Staat droevig met het volk geschapen,

Dat eens door energie onnoembre schatten wonl

Wat blijft er over als het eens is uitgeslapen?

Verhuizen met de Noorderzon.

§Q Waren deze plannen mislukt, in andere opzichten bleven de zaken der Maatschappij zich op de meest verblijdende wijze ontwikkelen. Het bedrag door de nieuwe inschrijvingen verkregen, werd besteed voor den aanbouw van een drietal nieuwe schepen, de Castor, de Pollux, en de Stella, alle van circa 1800 ton en bestemd voor de Middellandsche Zee. Voor het eerst werd nu een opdracht gegeven aan de Nederlandsche industrie; de uitslag was echter in zooverre niet bemoedigend, omdat de firma Dudok van Heel en Van Vlissingen in moeÜijkheden geraakte, waardoor de aflevering van de Stella belangrijk vertraagd werd. Toen kort daarna twee der oudere schepen, de Willem III en de Rhêne, verloren gingen, de eerste op de kust van Seeland, de laatste op de klippen van La Plana bij Tunis, werd de vloot opnieuw belangrijk versterkt door het bestellen van de Aetna, de Hekla en de Sirius.