is toegevoegd aan uw favorieten.

Geschiedenis der Amsterdamsche stoomvaart

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te verleenen. §3 Twee dagen later constitueerde zich een „Commissie tot bevordering van de Stoomvaart op onze Oost Indische bezittingen"; haar leden waren behalve den reeds genoemden Boelen, Julius Bunge, lid der firma Bunge en Co., en Jan Boissevain. A. C. Wertheim, die ook gepolst was, had wegens ziekte in zijn gezin geen zitting in de commissie kunnen nemen, maar zijn steun toegezegd. SI Daar Boissevain in de Stoomvaart-maatschappij Nederland zulk een uiterst belangrijke rol heeft gespeeld, dienen wii bii hem nader stil te staan. Tan Boissevain. de zoon van Gideon

Jeremie Boisse- \ vain en Maria van j Heukelom, was 12 ; December 1836 te Amsterdam gebo- i ren. Zoon van eeni reeder van zeil-/ schepen trok de l stoomvaart niet- | temin vroeg zijn|, aandacht; reeds in 1 1856 hield hij zich bezig „met allerlei calculatiën betrekking hebbend op een plan tot oprichting eener stoomvaart op Java", wat hij zelf

,4e rêve de mon ^ ambition" noemf? de. Blijkbaar hield dit verband met de plannen, die wij boven hebben besproken. „De handelswereld is tegenwoordig ver-

■ vuld van de plan-

■ nen tot doorgra_ ving van de landlengte van Suez, [ een zaak voor den - reeder in spé van

het uiterste ge. wicht. Ik vind hierin aanleiding om met ernst over

de stoomklippers te denken als de toekomst onzer reederijen schnjtt hij m ditzelfde jaar aan een vertrouwd vriend in Indië. Wanneer dan de plannen om Indië met schepen met hulpstoomvermogen te bevaren, zijn opgegeven, blijft Boissevain, inmiddels zelf aan het hoofd van de reederij van zijn vader gekomen,' zijn aandacht wijden aan de verbindingen met Indië. Wij bezitten van zijn hand een aantal voortreffelijke artikelen in de Econo• mist, die er van getuigen met hoeveel belangstelling en vertrouwen tevens deze „mercator sapiens" de teekenen des tijds gadesloeg. Hij keurde het goed, dat door de afschaffing der beurtbevrachtingen door de Nederlandsche