is toegevoegd aan uw favorieten.

Geschiedenis der Amsterdamsche stoomvaart

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

AANTEEKENINGEN.

Bladz. 159. De eerste pogingen om de stoomvaart in en naar Indië in te voeren vindt men uitvoerig beschreven in het artikel Stoomvaart door N. Mac Leod in de Encyclopaedie voor Nederl. Indië, samengesteld door Joh. F. Snelleman.

Bladz. 161. De plannen van Scheffer worden uiteengezet in een tweetal brochures, beide uitgegeven bij Gebr. Van Langenhuysen te 's«Gravenhage. Ze zijn getiteld:

Plan tot daarstelling van eene driemaandelijksche Paketvaart voor passagiers en stukgoederen tusschen Nederland en Java met ijzeren schroef stoomschepen, voorgesteld door C. Scheffer, ingenieur bij de marine (1852).

C. Scheffer, Plan of a quarterly Steampacket Navigation for Passengers and Goods between the Netherlands and Java with kon screw steamvessels proposed by C. Scheffer Engineer and Mr. Shipwright of the Dutch Royal Navy (1852).

De geschiedenis der voorstellen Sillem c. s. leeren we, behalve uit de Handelingen der Staten* Generaal en de verslagen in de dagbladen, vooral kennen uit het Adres aan Zijne Excellentie den Heer Minister van Koloniën over de Pakketvaart tusschen Nederland en Java, door E. Sillem, JuUus Bunge en Amold Kooy, 2 April 1857 (zonder naam van den drukker).

Bladz. 168. Het rapport der Commissie bedoeld op bladz. 169 is uitgegeven als Verslag over de vermoedelijke gevolgen der doorgraving van de landengte van Suez voor den handel en de bedrijven reederijen in Nederland ('s Gravenhage bij Van Weelden en Mingelen, 1859). Het is een boekdeel van 260 bladzijden. De door* graving beschreef ik uitvoerig bij gelegenheid van het 50«jarig bestaan van het kanaal in het Alg. Handelsblad van 16 en 18 Nov. 1919.

Bladz. 171. Over Jan Boissevain, zie Charles Boissevain, Onze Voortrekkers. De geschiedenis van eenige leden der familie Boissevain (niet in den handel). Verder hierin enkele aardige herinneringen: „We gingen als jongen reeds met vader naar de overzij van het Y, en dan zagen we, door 20 paarden voortgetrokken, langzamer» hand het hooge schip, dat zoo donker afstak boven de groene weide, aankomen, en als men van het dek de patroon zag, dan werd de vlag geheschen en dan klonk een hoerah uit het want". Het dagboek van den heer Boissevain werd mij ten gebruike gegeven met een aantal uittreksels uit brieven, door den heer Walrave Boissevain. Zie verder N. G. Pierson t In Memoriam J. Boissevain, Eigen Haard 1906.

Verdere gegevens betreffende de oprichting der Stoomvaartmaatschappij Nederland ontleende ik aan het archief der maatschappij, waarin o.a. een groot aantal brieven van Prins Hendrik bewaard worden.

Een belangrijke bron was verder de Terugblik, het feestgeschrift door den heer Boissevain geschreven bij het 25«bestaan der maatschappij. De hier overgenomen calculatie en een prospectus vond ik in het archief der Kamer van Koophandel te