is toegevoegd aan uw favorieten.

Geschiedenis der Amsterdamsche stoomvaart

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

als eerste officier op stoomschepen moesten hebben gediend; kapiteins van /Zeilschepen moesten dus in lageren rang beginnen. Vooral het vinden van / ervaren machinisten kostte groote moeite, daar er in ons land slechts zeer enkelen zoowel practisch als theoretisch onderlegd waren; een belangrijk voordeel was het, dat de firma Elder voor het aanstaande machinekamerpersoneel haar fabrieken opende en dit langs dien weg in staat stelde practische ervaring op te doen. Nog verscheiden jaren zouden er verloopen, eer, door de oprichting eener Machinistenschool, de tegenwoordige Middelbare Technische School te Amsterdam, waarbij vooral het latere lid der Directie, de heer Tegelberg, een belangrijke rol speelde, in deze leemte zou worden voorzién. SI Niet minder moeite kostte het vinden van bekwame artsen; de Nederlandsche geneeskundigen toonden vooral in de eerste jaren weinig geneigdheid om zich beschikbaar te stellen. Wel bewees dr. F. J. van Leent de Directie belangrijke diensten als adviseur en door het in orde brengen der scheeps apotheken, maar meer bevredigende toestanden kreeg men toch eerst, toen onder hevig verzet der medische wereld het uitoefenen der geneeskunde aan boord van zeeschepen werd toegestaan aan geneeskundigen, die in het buitenland hun diploma hadden verworven. Keerde men op deze wijze terug tot de dagen der Compagnie, toen buitenlandsche heelmeesters vaak de eenigen waren, die zich voor den dienst beschikbaar stelden, weldra droeg de komst van gunstig bekende vreemdelingen er toe bij om ook bij hun Nederlandsche collega's alle vooroordeel te doen verdwijnen. SI De zorg voor de verpleging der passagiers werd opgedragen aan administrateurs. Van den beginne af heeft de Directie zich op het standpunt gesteld, dat deze aan de hoogste eischen moest voldoen, ten einde de passagiers der overland-mail naar haar schepen te lokken. Nu waren de toestanden daar niet zeer bevredigend; ondanks de hooge passageprijzen, — niet minder dan ƒ 1425.— voor het traject Marseille-Batavia — was men daar opeengepakt als haringen in een ton, zoo als een adviseur der Directie opmerkte. Daarbij mondde de Fransche keuken velen niet, terwijl ook de taal voor sommigen een beletsel was, om zich op zijn gemak te gevoelen. Onze repatrieerende landgenooten, zoo gaat hij voort, houden van lekker eten, lekker baden en lekker hggen, zij moeten vrij en luchtig gelogeerd zijn; zoodra de prijzen op de Hollandsche booten slechts iets lager zijn dan op de vreemde, zullen zij stellig aan eerstgenoemde de voorkeur geven. Hield de Directie zich aan het advies betreffende een voortreffelijke