is toegevoegd aan uw favorieten.

Geschiedenis der Amsterdamsche stoomvaart

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

uit. Ook hij had liever gezien, dat de Directie zich had onthouden van het sluiten van een dergelijk contract, dat hij alleen met het oog daarop kon verdedigen, dat de positie van den heer Boelen een tweeslachtige was, waaraan men een eind wilde maken. Dit einde nu was het contract. Was hij het met zijn Rotterdamsche vrienden eens over de kwaal, niet eens was hij het met hen wat betreft de toe te dienen remedie. Hij wilde de macht van het bestuur niet beperken, maar uitbreiden. Een veelhoofdig bestuur, als nu bestond, stond gelijk met geen verantwoordelijkheid; een één-, desnoods tweehoofdig bestuur achtte hij noodig voor den bloei eener maatschappij. Nooit zou men statuten kunnen maken om de Directie zoo te binden, als de heeren Pincoffs c.s. bedoelden; het liefst zag hij één hoofd met groote macht maar ook met groote verantwoordelijkheid. 81 Hij deed daarop een conciliant voorstel. Hij wilde aan het bestuur de noodige volmacht geven tot uitbreiding van het kapitaal; de behandeling der andere punten wenschte hij uitgesteld te zien met benoeming evenwel van een commissie van vijf leden uit de aandeelhouders om daaromtrent, in overleg met het bestuur, nadere voorstellen te doen. Het voorstel werd ondersteund door den heer Pincoffs en overgenomen door het bestuur; slechts 27 leden stemden daarop tegen de kapitaalsuitbreiding. Tot leden der Commissie werden aangewezen de heeren J. D. Fransen van de Putte, Jhr. C. Hartsen, N. G. Pierson, L. Pincoffs en P. H. Holtzmann. 81 De aanval, welke bedoelingen daarbij dan ook van verschillende zijden hadden voorgezeten, had dus per slot van rekening tot een resultaat ge-

Stoomvaart 27