is toegevoegd aan uw favorieten.

Vreemde woordentolk

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

walvisschen (galsteen) wordt op zee drijvende gevonden, ambiëeren, Lat. een betrekking ambiëeren, er naar dingen,

naar verlangen, ambitieus, Fr. eerzuchtig, ambrozijn, o. (Gr. fabelleer) de godenspijs, ambulance, vr. Fr. veldhospitaal.

ambulant, Fr. rondtrekkend, niet aan een plaats gebonden; van een schoolhoofd; zonder eigen klasse, amen! Hebr. zoo zij het!

amende honorable, Fr. het openlijk schuldbekennen en verontschuldiging vragen; amende honorable doen.

amendeeren, verbeteren, wijzigen, amendement, verbetering, wijziging, in een wet, door een lid der 2e Kamer voorgesteld.

amerij, vr. amerijtje, kort oogenblik (de tijd om een Ave Maria, Wees gegroet, (R.K. gebed) op te zeggen).

amethist, m. Gr. violette edelsteen, eertijds als voorbehoedmiddel tegen dronkenschap beschouwd.

amicitia, vr. Lat. vriendschap.

ammoniak, Lat. vloeistof uit de verbinding van stikstof en waterstof.

ammoniet, Lat. versteende schelpen van uitgestorven soort weekdier.

amnestie, vr. Gr. gezamenlijke kwijtschelding van straf aan groepen van veroordeelden.

amoebe, vr. Gr. eencellig zoetwaterdiertje.

amok, Mal., dooden. Amok maken, in dolle razernij, vaak door opium veroorzaakt, moorden begaan.

Amor, Lat. Zoon v. Mars en Venus; God der liefde.

amorph, Gr. vormloos (niet gekristalliseerd).

amortisatie, vr. Fr. schulddelging door aflossing.

amotie, vr. Lat. afbreking, slooping. Amoveeren, sloopen.

amour, Fr. liefde; Amour-propre, eigenliefde.

amourette, vr. Fr. vluchtige liefdesverhouding.

ampère, m. (naar den Franschen geleerde Ampère), eenheid voor het meten van electriciteit.

amphibie, vr. Gr. tweeslachtig dier (dat op het land en in het water leeft).

amphitheater, Gr. groot rond of ovaal gebouw bij de Ouden, geschikt voor allerlei schouwspelen, met trapsgewijs oploopende zitplaatsen in het rond, zonder dak, de toeschouwers werden door groote dekkleeden tegen zon en regen beschermd; zaal met oploopende banken voor het geven van onderwijs; gedeelte van een schouwburgzaal tegenover het tooneel.

Amphitrite, Lat. Vrouw van Neptunus de God der zee.

amphora, vr. Gr. bij de Ouden, een groote kruik met nauwen hals en twee handvatsels.

amphytryon, Gr. gastheer, die goed onthaalt.

amplitudo, Lat. afstand v. d. punten v. opkomst en ondergang